De Driehoornmestkever (Typhoeus typhoeus), een typische heidebewoner

Wanneer je door de Kalmthoutse Heide wandelt zie je op talrijke plaatsen hoopjes van loodzand of helder geel zand, waarin een gaatje van een paar cm.. De grootte van dergelijk hoopje is ongeveer 10 cm in doormeter.

 

 

Hier is de Driehoornmestkever aan het werk, die je echter zelden te zien krijgt. Het mannetje heeft drie hoorns op zijn halsschild, vandaar de naam.  

De kever is actief van september tot maart, dus ook 's winters. Mannetjes en wijfjes graven samen een gang die wel 1,5 m diep kan zijn. De dieren kiezen daarvoor uitsluitend zandgrond, bij voorkeur met dennen begroeide heidevelden. 

 


foto: Eric Hantson

foto: Eric Hantson

Het valt op dat ze plaatsen opzoeken waar konijnen- of schapenkeutels in de onmiddellijke nabijheid liggen. Het mannetje voert bovengronds de keutels aan en deponeert ze in de gang.
Het wijfje verkruimelt de keutels ondergronds en graaft zijgangen waarin de eigenlijke broedruimten komen. 


Aan het eind van zo een zijgang wordt in een kleine holte het eitje gelegd, waarop 1-2 cm zand wordt aangebracht. Hierna wordt de broedkamer met mest gevuld. Het eitje ligt dus uiteindelijk 1- 2 cm buiten de broedruimte. 
De uitkomende larven moeten dus zelf hun voedsel opzoeken: om in de met mest gevulde broedkamer te geraken moeten ze eerst door 1-2 cm zand.  

In het voorjaar is de activiteit van de kever stil gevallen en vind je dode exemplaren aan de oppervlakte.

 

 


Voor inlichtingen, waarnemingen of andere gegevens mail naar insecten@noorderkempen.be 

Dré Vansteenvoort

 

[home][contact]