Elzenvlieg (Sialis lutaria) te vroeg uit het slijk in 2002.


1. Inleiding
 

Iedereen die iets heeft met natuur kreeg wel via één of meerdere waarnemingen het gevoel dat deze natuur in het vroege voorjaar ver vooruitliep op haar jaarlijks programma. Vooral de vroege soorten kwamen deze lente nog enkele weken vroeger in actie dan andere jaren. Toen ik begin april een elzenvlieg haar eitjes zag afzetten op een stengel van pitrus (Juncus effusus), wilde ik wel eens weten of dit beest hiermee wel handelde volgens de boekjes. 

2. Waarneming 

In de namiddag van 2 april viel mijn oog op een motachtig wezentje dat op enkele cm van de top van een sprietje pitrus geconcentreerd eitjes zat te leggen. 
Deze plant stond een halve meter van de oever in het water en de half verdroogde stengels staken tot 30cm boven het wateroppervlak uit. 
Doordat het diertje zich heel dicht liet benaderen, zelfs tot enkele cm, was het mogelijk haar legactiviteit te volgen. De eitjes werden netjes in rijtjes gekleefd aan de stengel. Met 6 poten aan de stengel verankerd, bewoog alleen het uiteinde van het achterlijf. 
Een rij strekte zich over de halve omtrek van de stengel uit, zodat alleen bij de start van een nieuwe rij de poten soms ietsje naar beneden gingen. Het geheel van het eipatroon leek  een microspijkerbed.  
Vorige jaren had ik hetzelfde eipatroon aan dezelfde poel op een blad van gele lis waargenomen, waardoor ik wist dat het om een elzenvlieg ging.

Enkele dagen later was het mogelijk met een sterke loupe het legsel nader te bekijken. 
Elke rij bestond uit een 12 eitjes, cilindervormig en lichtbruin. Ze deden mij aan minicervelaatworstjes denken, zelfs een wit staartje was aanwezig. 
Op een 20 mm hoogte telde ik 80 rijen, elk eitje had dus een diameter van 0,25 mm en met het leggen van die 960 eitjes zal het beest wel een paar uurtjes zoet geweest zijn. Het legsel is zeer compact omdat elk eitje van een rij perfect aansluit bij 2 eitjes van de vorige rij. Als hoogte van een eitje mat ik 0,6 mm en de eitjes blijken niet volledig loodrecht op de stengel gehecht te zijn. Op 27 april, een regenachtige dag, zag ik voor het eerst  een tiental larven friemelen op het broedsel. Het waterpeil was gedurende de voorbije 25 droge dagen opmerkelijk gedaald, zodat de pitrus een 80 cm van de oever op het droge was komen te staan. 
Voor de larven die alleen in water kunnen overleven geen probleem blijkbaar, want eenmaal op de grond gevallen kruipen ze instinctief naar het water van de poel. Larven van de houtpantserjuffer (Lestes viridis) kennen hetzelfde probleem als ze in juli vanuit de schors van oeverbomen (b.v. els, wilg) komen gevallen en zullen dan soms meerdere meters moeten springen en kruipen om het water te bereiken (zie De Korhaan april 1999 blz. 27). 
Van de 960 eitjes kenden uiteindelijk slechts minder dan 10% een positief broedresultaat; van een energieverkwisting gesproken!

Om het tijdstip te schatten waarop de elzenvlieglarve deze lente de poel heeft verlaten  is het nodig de levenswijze van het dier te schetsen. Het dier overwintert immers als larve.

 3. Classificatie 

  • Klasse: insecten

  • Orde: grootvleugeligen (Megaloptera) (soms wordt Megaloptera als een suborde van Neuroptera (vliesvleugeligen) beschouwd)

  • Familie: elzenvliegen (Sialidae) (enige familie in Europa)

  • Geslacht: Sialis

  • Soort: elzenvlieg of slijkvlieg (Sialis lutaria) – algemene soort in Europa

In België komen van het geslacht Sialis 3 soorten voor die alleen met behulp van een microscoop van elkaar te onderscheiden zijn. 
In Europa zijn 10 soorten beschreven.

 

4. Biotoop 

De elzenvlieg houdt zich vooral op rond stilstaande wateren met slijkerige bodem. De larve brengt immers een groot deel van haar leven door op of in het slijk, tot 20 m diepte. Daarom wordt zij soms ook slijkvlieg genoemd. Ook de wetenschappelijke naam verwijst naar modder. Door kunstvliegvissers worden nep-elzenvliegen gebruikt bij de zalmvangst.

 5. Bouw

In rust worden de somber bruin gekleurde vliezige vleugels als een dakje boven het achterlijf gevouwen. 
Het insect lijkt dan op een nachtvlinder of schietmot. 
De vleugels zijn echter niet bedekt met schubben en bevatten een dicht netwerk van lengte- en dwarsaders. 
De antennen zijn lang met een groot aantal segmenten. 

Het insect meet 20 mm van kop tot einde vleugels. 
Alhoewel de elzenvlieg voorzien is van goed ontwikkelde monddelen neemt zij nauwelijks voedsel op. 
Likken doet ze wel.

6. Activiteit 

Van april tot juni kan men de elzenvlieg vooral ’s morgens aantreffen rond stilstaande wateren, meestal zittend op een blad of een stengel. 
Ze vliegt weinig en zeer moeilijk en zal eerder wegkruipen dan wegvliegen. 
Vorige zomer zag ik er eentje door een libel uit de lucht geplukt worden. In feite zat het mannetje platbuik (Libellula depressa) op een takje langs het water te wachten op een vrouwtje. Meestal komt hij alleen van die tak af om een concurrent te verjagen of met een aanvliegend vrouwtje te gaan paren. Een elzenvlieg die enkele meters verder een vluchtje maakte had de pech dat de libel onverwacht zijn programma wijzigde. 
De platbuik vloog er recht op af en de buit werd gemakkelijk met de voorste poten langs onder onderschept. Hij keerde met zijn buit terug naar zijn basis en enkele ogenblikken later zag ik vleugeltjes naar beneden dwarrelden..

Op dezelfde wijze heb ik ook eens in de heide een keizerlibel een gentiaanblauwtje zien grijpen. 
Een keizerlibel jaagt echter al vliegend. Bij het naderen van zijn prooi maakte hij een  duikvlucht, gevolgd door een sierlijk optrekmanoeuvre, zodat hij de prooi ook langs onderen kon vatten. De natuur blijft wreed. Maar ooit zullen wij er wel eens in slagen een libel met chips en libellenbrokjes groot te krijgen!

 

7. Levenscyclus 

Eileg

Per legsel worden een 600 tot 1000 eieren lichtjes schuin afgezet op een stengel of blad dat boven water hangt; een eipakket op een tak, steen of brug werd ook al waargenomen. 
De voorkeur blijkt echter uit te gaan naar smalle bladeren met parallelle nerven, zoals pitrus en gele lis. Na 1 tot 3 weken, afhankelijk van de temperatuur, breken de larven uit die dan in het water vallen of, indien het waterpeil ondertussen zakte, er naar toe kruipen. 

Larven van hetzelfde legsel verlaten de eitoestand praktisch gelijktijdig. De kans dat een ei een goed ontwikkelde larve levert is sterk afhankelijk van de temperatuur. 
Beneden 10° blijkt het slaagsucces kleiner dan 20% te zijn; rond 20° wordt de slaagkans echter 90%.

 


Elzenvlieg - eiafzetting

Elzenvlieg - eileg

Larvetoestand

De larve ontwikkelt zich in het water en vooral in en rond slijktoestanden. 
Vandaar de naam “slijkvlieg” die men het insect soms geeft. Het dier kent 10 larvestadia die het in 2 jaar doorloopt. 
De tweede winter wordt in het laatste stadium doorgebracht. 
De larven zijn carnivoor, hebben zelfs kannibalistische trekjes en vormen zelf een prooi voor libellenlarven. Hoe ouder de larve wordt, hoe dieper water opgezocht wordt (tot 20 meter) en hoe groter de prooien worden.

Verpopping

De elzenvlieg doorloopt een volledige gedaanteverwisseling. 
Op een avond in de lente (einde maart tot begin juni) voelt het dier zich blijkbaar plots te oud om in het slijk te blijven spelen. 
Het heeft daar dan bijna twee jaar lang het beest kunnen uithangen, lang genoeg om energie op te stapelen om zijn hoofdreden van bestaan tot een goed einde te brengen: zich voortplanten. 
Hiervoor echter dient het insect eerst nog een andere gedaante aan te nemen, want als slijklarve is het niet aantrekkelijk genoeg voor een partner. Het insect kruipt naar het droge en graaft soms tot op 5 meter van de oever verwijderd een holletje, een paar centimeter diep, ofwel in vochtige losse bodem of ook in plantenresten tussen pollen. In deze verpoppingkamer wordt geen cocon gesponnen en na één dag verschijnt de pop reeds. 
Afhankelijk van de temperatuur zal het popstadium 4 tot 30 dagen duren.

Imago

Op een morgen midden april tot juli verschijnt dan het imago na een wonderlijke gedaanteverwisseling. 
Beseffende dat de gevaren voor het dier op het land veel groter zijn dan in het water, zal alles nu in sneltempo gaan. De enkele dagen tot weken die het gevleugelde insect zich aan de natuurliefhebber vertoont (dit is 1% van zijn levensduur) staan in het teken van de voortplanting. 
De dieren blijven tussen de planten langs het water rondhangen. Communicatie via het substraat waarop zij zitten (grond of planten) laat hen toe een partner te vinden. Beide seksen kunnen trillingen voortbrengen door ritmische bewegingen te maken met het achterlijf. 
Deze trillingen worden via de poten van de zender langs het transmissiemedium uitgedragen en komen langs de poten bij de ontvanger terecht. Onmiddellijk na de paring zoekt het wijfje een geschikte eilegplaats op.

 

8. Waarom haast en spoed zelden goed is 

We komen nu terug op onze waarneming. 
Eiafzetting had plaats op 2 april. Het popstadium werd zo gedurende de maand maart doorlopen, één maand vroeger dan normaal. 
Met een gemiddelde temperatuur in maart 2002 van 7,5°(2° hoger dan een normale maand maart, maar 1° lager dan in een normale aprilmaand) zal het popstadium ongeveer 1 maand geduurd hebben. 
Begin maart is de larve dus uit het water aan wal gegaan, ook weer één maand te vroeg. Een gemiddelde februaritemperatuur in 2002 van 7°, die 4° hoger lag dan normaal en zelfs ruim een  graadje hoger was dan de temperatuur in een normale  maartmaand, heeft onze elzenvlieg wellicht vroege lentekriebels bezorgd. 
Bovendien viel er deze maand driemaal zoveel regen dan tijdens normale februarimaanden. 
Dat deze verleiding uiteindelijk fataal uitgevallen is, heeft te maken met de temperatuur in april, de maand dat de eitjes rijpten. 

De temperatuur in april 2002 was wel 1° hoger dan normaal, maar meer dan 2° lager dan in een normale meimaand. Enkele graden lager, zo vroeg in het jaar, doet de kans dat een larve uitkomt  sterk verminderen. Vandaar het waargenomen resultaat van minder dan 10%. Er bleven natuurlijk nog een kleine honderd larfjes over. Deze worden echter, eenmaal in het water terecht gekomen, met open monden door honderden andere waterburgers verwelkomt. 
De kans dat er na twee jaar nog enkele individuen het waterleven overleefd hebben neemt dus sterk af. Gelukkig lieten niet alle elzenvliegen zich verleiden door de vroege lentetemperaturen van dit voorjaar zodat in mei de minder impulsieve individuen konden waargenomen worden.
 

9. Besluit 

De sterke start van de lente in februari heeft vele insecten verleid om veel vroeger dan gewoonlijk actief te worden en belangrijke levensactiviteiten, zoals b.v. verpopping sneller te starten. 
Omdat deze temperatuursopflakkering in maart en april geleidelijk uitdoofde, verliepen verdere stadia onder ongunstige temperatuursomstandigheden. Bij de elzenvlieg, waarvan het broedresultaat sterk afhankelijk is van de temperatuur, resulteerde deze toestanden in een broedsucces lager dan 10%, terwijl in een normale lente de slaagkans kan oplopen tot 75%. 
Maar dan hadden wij ook één maand langer moeten wachten om de elzenvlieg aan het werk te zien.

10. Literatuur 

PH. STROOT (1986): Révision des Mégaloptères de la collection belge de l’I.R.S.N.B. ,Bull. Annls Soc. r. Belge Ent. 122, pp. 195-201
J .M. ELLIOTT (1996) : British Freshwater Megaloptera and Neuroptera : A key with Ecological Notes, pp. 1-68

H. HÖLZEL et al (2002): Süsswasserfauna von Mitteleuropa, Bände 15, 16, 17 - Insecta: Megaloptera, Neuroptera, Lepidoptera, pp. 1-148

 

Vandevenne Michael
mei 2002

 

Voor inlichtingen, waarnemingen of andere gegevens mail naar insecten@noorderkempen.be 

 

 

 

[home][contact]