|
In de loop
van de afgelopen jaren werd ons regelmatig gemeld dat de Hoornaar terug in
onze regio werd opgemerkt.
Tijdens de warme zomer van 2003 werden op verschillende plaatsen in
Kalmthout dieren waargenomen.
In 2002 verschenen zelfs alarmerende berichten in de pers als zou deze grote
wesp aan een spectaculaire opmars toe zijn en dat ze zeer gevaarlijk zijn
voor mens en dier.
Een korte bijdrage om dat toch even te relativeren.
Inleiding
Hoornaren zijn insecten uit familie der Plooiwespen (Vespidae), die een
kogelvormig nest bouwen uit kartonachtig materiaal.
Oorspronkelijk werd met de naam Hoornaar uitsluitend de Europese soort Vespa
crabro aangeduid. Tegenwoordig verstaat men daaronder ook talrijke andere
grote wespen, zoals bijvoorbeeld het Amerikaanse geslacht
Dolichovespula.

Nestbouw/Levenscyclus
De Hoornaren nestelen het liefst in holle bomen, nestkastjes voor vogels en
in het balkenwerk van een dak of in dakgoten.
Als bouwmateriaal voor het nest gebruiken de Hoornaren graag hout dat begint
te rotten. Dat wordt fijn gekauwd en vermengd met een kleverige
speekselafschijding, waardoor er een soort papier-maché ontstaat.
Met de bouw van het nest begint altijd een enkel, bevrucht, wijfje dat
overwinterd heeft. Het zoekt een geschikte nestelplaats en bouwt daar eerst
enige broedcellen die het met de papiermassa afschermt.
Uit het eerste broed ontwikkelen zich werksters die het celbouwwerk van de
koningin overnemen en verder het broed verzorgen. Gedurende de hele lente en
zomer worden alleen maar werksters geproduceerd; pas in de nazomer komen ook
geslachtsrijpe wijfjes en angelloze mannetjes tot ontwikkeling. Deze
mannetjes bevruchten de geslachtsrijpe wijfjes.
Alleen deze bevruchte wijfjes overleven de winter; alle overige Hoornaren
sterven.
Voeding
De Hoornaren zijn zeer gevreesd bij de overige insecten, omdat ze
uitgesproken rovers zijn en hun buit bovendien bestaat uit andere
insecten.
Ook de mens kunnen ze uiterst pijnlijke, soms zelfs levensgevaarlijke steken
toebrengen. Als men echter deze insecten met rust laat, kun je dergelijk
onheil voorkomen. Zij zijn veel nuttiger voor de natuur dan men zou
denken.
De imkers zien deze wespen liever niet in de onmiddellijke omgeving van hun
bijenkasten. Bijen zijn immers ook insecten en een stuk trager dan deze
grote wesp.
Meer
over Wespen of Plooiwespen: de superfamilie Vespoidea van de
Vliesvleugeligen.
Ook
een aantal andere groepen van de Vliesvleugeligen worden wel Wespen genoemd,
vnl. al die groepen die geen bijen of mieren zijn: de Bladwespen,
Halmwespen, Houtwespen (deze bezitten geen ‘wespentaille’) en de
Sluipwespen, Galwespen, Vijgenwespen, Goudwespen, Dolkwespen, Mierwespen,
Spinnendoders en Graafwespen (deze bezitten wel een ‘wespentaille’). De
zes laatste groepen bezitten een angel.
1.
Indeling
De superfamilie Wespen heeft als algemeen kenmerk de in rusttoestand
overlangs dubbelgevouwen voorvleugels. Twee in Nederland en België
voorkomende families zijn de Metselwespen (Eumenidae) en de Plooiwespen
(Vespidae).
De
familie Vespidae omvat zowel solitair levende soorten als sociaal levende.
Sommige soorten leven als commensalen in het nest van een andere soort,
bijv. Vespula austriaca bij de Rode wesp (V. rufa). In Nederland en België
komen elf soorten sociaal levende wespen voor, die in levenswijze sterk op
elkaar lijken. Zij vormen éénjarige staten met een nest. De meest algemene
soorten zijn de Gewone wesp (V. vulgaris) en de Duitse wesp (V. germanica).
Zij bouwen hun nesten in beschutte ruimten: o.a. onder vloeren, tussen vloer
en plafond en in de natuur ondergronds in verlaten holen. De Hoornaar (Vespa
crabro) bouwt zijn nest in bomen. Andere soorten, zoals de Boswesp
(Dolichovespula silvestris), maken veel kleinere, vrijhangende nesten aan
takken.
2.
Het nest
Als bouwmateriaal voor het nest dient fijngekauwd hout, dat tot een soort
papier wordt verwerkt. Hiervan worden zowel de raten vervaardigd (bestaande
uit één horizontale laag cellen, met elk een naar onderen gerichte
opening) als het uit vele schubvormige lagen bestaande omhulsel. Bij het
vergroten van het nest wordt het aan de binnenzijde steeds afgebroken en aan
de buitenzijde bijgebouwd.

3.
Voortplanting
Elke éénjarige staat begint met een wijfje, dat in bevruchte toestand
heeft overwinterd en laat in het voorjaar begint met de bouw van een nest.
In het begin moet het wijfje alles alleen doen: bouwen, eierleggen en
voedsel aanvoeren voor de larven (vooral in de vorm van fijngekauwde
borststukken van vliegen). Uit de eerste larven komen na verpopping kleine,
onvruchtbare wijfjes (werksters), die – later bijgestaan door vele jongere
zusters – het werk overnemen van het nu als koningin of moer te betitelen
wijfje, dat daarna nog slechts eieren legt. Nadat in de loop van de zomer
het nest gegroeid is tot het soms vele duizenden werksters telt, komen weer
grotere vruchtbare wijfjes en (uit onbevruchte eieren) mannetjes tot
ontwikkeling, die gaan paren en de cyclus sluiten. Als in de zomer (eind
juli, medio augustus) geen larven meer in het nest zitten, en dus geen grote
hoeveelheden vliegen en muggen meer nodig zijn, worden de wespen
aangetrokken door zoete drank en zoet eten. Op die manier komen ze
veelvuldig in contact met mensen die een terrasje doen, confituur maken of
fruit eten.
Als
het te koud wordt sterven ze af, maar de bevruchte wijfjes zoeken een
geschikte plek om de winter te overleven.
In het voorjaar begint alles weer opnieuw.
Joris
Pinseel
Voor
inlichtingen, waarnemingen of andere gegevens mail naar insecten@noorderkempen.be
|