Ontdekking van de Sikkelsprinkhaan

Toen ik in “De Korhaan” van januari 2003 meldde dat we konden uitkijken naar nieuwe sprinkhaansoorten in onze regio kwam    de Sikkelsprinkhaan in dat lijstje     voor.
Eind juli 2005 was het dan al zover.

Tijdens een planteninventarisatie van het Rangeerstation te Essen (samen met de Plantenwerkgroep van Lier) werden door mezelf en een zekere Chris 3 verschillende exemplaren van de Sikkelsprinkhaan opgemerkt (2 wijfjes en 1 mannetje).
Voorwaar een prachtige waarneming waarbij iets meer uitleg behoort.

 

Beschrijving

De Sikkelsprinkhaan is een sierlijke, middelgrote sabelsprinkhaan met een egale, grasgroene kleur. De rug en de poten kunnen roodachtig gekleurd zijn. Het hele lichaam is met donkere stippen bezet. De voorvleugel reikt ongeveer tot aan de achterknie. Kenmerkend is dat de achtervleugels een flink stuk onder de voorvleugels uitsteken. Dit deel is groen gekleurd, de rest doorzichtig.

Levenscyclus

De eieren worden één voor één gelegd in grotere bladeren van sleedoorn, appel en braam, maar soms ook in verdroogde plantenstengels. Alvorens een ei te leggen, knaagt het vrouwtje een inkeping in de bladrand, kromt vervolgens het achterlijf naar onderen en plaatst de legboor tussen de kaken in de bladrand.

De eieren komen na één winter uit, waarna de nymfen nog zes stadia doorlopen. Imago’s worden waargenomen van augustus tot begin oktober.


Sikkelspinkhaan
 

Voedsel

Sikkelsprinkhanen zijn herbivoren. Dierlijk voedsel is voor de ontwikkeling niet noodzakelijk. De nymfen voeden zich vooral met bloeiwijzen van allerlei kruiden. Ook de imago’s eten vrijwel uitsluitend plantaardig materiaal, zoals bramenblad. 

Biotoop

Populaties komen voor op beschutte en op de zon geëxponeerde plaatsen in reliëfrijke, grazige terreinen, vaak op hellingen met een goed ontwikkelde struiklaag. Ook op kapvlakten met jonge aanplant kan de soort goed standhouden. De dieren zitten meestal op 0,5 tot 1 m hoogte in brem, braam, jonge loofbomen of ander houtig gewas.
Omdat de soort zich uitbreidt, kunnen geïsoleerde individuen in allerlei biotopen worden aangetroffen.

 

Zang

Meestal wordt een heel kort en zacht raspend geluid (‘zb’) in lang aangehouden series met vrij constante intervallen voortgebracht. Het tempo ligt op 0,5 tot 2 ‘raspjes’ ter seconde.

Twee mannetjes kunnen dit geluid afwisselend voortbrengen.
Wijfjes antwoorden mogelijk op de zang van de mannetjes.
De soort tsjirpt in de middag, avond en nacht.
 

Verbreiding van de soort

Sikkelsprinkhanen zijn goede vliegers, met een libelle-achtige vlucht. Het is één van de best vliegende langsprieten en kan zich zo gemakkelijk verbreiden.

 Verspreiding in Europa

P. falcata heeft een groot verspreidingsgebied; van West-Europa tot China en Japan. In Europa komt de soort voor tussen 40° en 55° noorderbreedte. De soort beidt zich de laatste tijd verder uit naar het noorden en komt al sporadisch voor in Nordrhein-Westfalen, Vlaanderen en Nederland (Noord-Brabant en Zuid-Limburg). In De Gaume kwam ze al zeer zelden voor.

 


Sikkelspinkhaan
 

Sikkelspinkhaan

Voorkomen in België

De Sikkelsprinkhaan werd voor het eerst ontdekt in 1946 in Torgny, het zuidelijkste puntje van ons land. Begin jaren ‘80 dook ze voor het eerst op in de Viroinvallei te Treignes. Ze kwam gedurende een 10-tal jaren enkel op deze plaats voor tot ze in 1990 te Dourbes werd gezien op de Montagne-aux-Buis. In 1992 was het hek van de dam en werd ze op bijna alle kalkgraslanden van de Virionstreek waargenomen alsook in andere schijnbaar minder geschikte biotopen zoals kaalslagen, verlaten akkers, spoorwegbermen zelfs vochtige, ruige terreinen. Later werd ze ook op andere plaatsen in ons land gesignaleerd in de streek van Luik, de Sint-Pietersberg, Charleroi en Dinant.

 Voorkomen in Vlaanderen

De 1ste waarnemingen voor Vlaanderen dateren van 1994. De soort werd toen opgemerkt in Limburg in de Hochterband te Lanaken. Snel werd ze ook op vele andere heideterreinen ontdekt in die provincie. In 1996 werd ze voor het eerst gezien in Vlaams-Brabant. In 1997 dook ze op in de provincie Antwerpen. Een kleine populatie werd aangetroffen in de Liereman te Oud-Turnhout. Later werden nog exemplaren opgemerkt in het Viersels Gebroekt. Voorlopig zijn er nog geen waarnemingen in West- en Oost-Vlaanderen, maar die zullen vast niet lang op zich laten wachten.

In 2005 werd de soort dus voor het eerst opgemerkt in onze regio.

Voorkomen in de Noorderkempen

Zoals reeds eerder vermeld werden op 30 juli 2005 3 verschillende exemplaren opgemerkt op het Rangeerstation te Essen.
Het biotoop kunnen we omschrijven als een ‘ruige grassenvegetatie met hier en daar enkele struikjes en bramen, geöriënteerd op het zuiden’. Omstreeks 15.00 u. op die bewuste dag was het daar ‘lekker toeven in de warme zon’.

De dieren waren dan ook erg actief, want ze vlogen telkens voor onze voeten op tot één enige tijd rustig bleef zitten en zich liet determineren.
Hoe de dieren hier terechtgekomen zijn is niet te achterhalen. Feit is wel dat ze in 2004 niet werden opgemerkt in het gebied (hoewel er toen geïnventariseerd werd op insecten).
 

Toekomst

Spijtiggenoeg wordt het terrein waar de dieren momenteel vertoeven bedreigd door verkaveling. Woningen en parkeerplaatsen zullen meer dan waarschijnlijk in de nabije toekomst de ‘grazige ruigte’ vervangen.
Jammer!

 Besluit

Nu we weten dat de Sikkelsprinkhaan ook in onze regio is opgedoken, wordt het uitkijken naar nog meer vindplaatsen. Er zijn nog wel grazige ruigtes te vinden waar deze dieren kunnen overleven.

 

Interessante literatuur omtrent Sprinkhanen: 

•      Decleer, K., Devriese H., Hofmans, K., Lock, K., Barenburg, B. & Maes, D., 2000, Voorlopige atlas en “rode lijst” van de sprinkhanen en krekels van België (Insecta, Orthoptera); Werkgroep Saltabel i.s.m. I.N. en K.B.I.N, Rapport Instituut voor Natuurbehoud 2000/10, Brussel, 75 p.

•      Kleukers, R.M.J.C, E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen  en krekels van Nederland (Orthoptera), - Nederlandse fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 416 blzn, 16 platen

•      Bellman, H., 1988, A field guide to the Grasshoppers and Crickets of Britain and Northern Europe, Collins, London, 211 blzn.

•       Nieuwborg, H. (red.), 2002, Natuurstudie in de provincie Antwerpen, Antwerpse Koepel voor Natuurstudie (ANKONA), jaarboek 2001, Provinciebestuur Antwerpen   

 Prachtige foto’s en meer uitleg over de verspreiding in België kun je terugvinden op de meer dan fraaie website: www.saltabel.org

Joris Pinseel
september 2005

 

Voor inlichtingen, waarnemingen of andere gegevens mail naar insecten@noorderkempen.be 

 

 

[home][contact]