|
Inleiding
Toen we op 23 mei 1999 een inventarisatieronde maakten in de bossen van
Essen-Horendonk i.v.m. het beheersplan dat Afdeling Noorderkempen mocht
maken in opdracht van het gemeentebestuur van Essen, deden we een zeer
interessante ontdekking.
Bij het verlaten van het bos hoorden we vrijwel onmiddellijk het typische
gesjirp van krekels op een aanpalend stukje droge heide (Benegobos). Al vlug
werd het duidelijk dat het hier ging om de in Vlaanderen zeer zeldzame Veldkrekel
(Gryllus campestris).
Deze
robuste zwarte krekel bewoont zelfgemaakte holletjes op droge
heideterreinen, stuifzanden en kapvlakten. In het voorjaar zingen de
mannetjes op een soort podium voor hun holletje. Vroeger waren krekels op
veel plaatsen in België en Nederland waar te nemen maar tegenwoordig is hun
voorkomen beperkt tot enkele grote heideterreinen in Antwerpen, Limburg, de
Veluwe en Noord-Brabant.
Beschrijving
De Veldkrekel is een forse zwarte tot zwartbruine krekel. De
voorvleugel is lichter van kleur, met aan de basis meestal een brede
gele vlek. Deze valt vooral bij de mannetjes zeer goed op. De korte
vleugels reiken tot aan de achterknie. De legboor van het vrouwtje is
lang en slank, met een iets verdikte top. |

Veldkrekel, zanger van de heide |
Levenscyclus
De cyclus is éénjarig. Het vrouwtje legt de in totaal ca 200 eitjes in
groepen van 20 tot 40 in de grond. De eieren ontwikkelen binnen enkele
weken. Het aantal nymfale stadia varieert van 10 tot 12. De jongste nymfen
leven vrij tussen de vegetatie, waarbij ze vooral gedurende de eerste drie
stadia op open plekken in groepen bij elkaar zitten. Vanaf het zesde stadium
graven ze met hun kaken een holletje of openen ze oude ingangen. De nymfen
verhuizen regelmatig, waarschijnlijk na elke vervelling om meer ruimte voor
de groei te hebben. Ze overwinteren in het 9de of 10de stadium in een
holletje dat in oktober-novenber wordt afgesloten.
Eind maart verschijnen ze terug; grazend of zonnend voor hun holletje waar
te nemen. De laatste vervellingen vinden plaats in april-mei. De maximale
levensduur van de imago’s wordt geschat op 80 tot 100 dagen.
Volwassen dieren worden waargenomen in mei, juni en juli.
|
Biotoop
De Veldkrekel is een bewoner van zelfgemaakte holletjes die we vinden
in het stuifzand, de heideterreinen of in de kapvlakten. De ideale
biotoop kan omschreven worden als een korte, grazige begroeiing met
veel graspollen en een kale (20-30%) bodem. De holletjes, die vaak op
het zuidoosten gericht zijn, kunnen we vinden onder meer aan de voet
van een graspol. De plek voor de ingang wordt kort afgegraasd,
waardoor er een soort podium ontstaat waar wordt gezond en
"gezongen"
Levenswijze
Het zijn bodembewoners die binnen hun biotoop blijven en, omdat ze van
zonneschijn houden, overdag actief zijn.
Zang
De vrouwtjes zingen niet, maar de mannetjes kunnen van de ochtend tot
diep in de nacht roepen om vrouwtjes en andere mannetjes aan te
trekken, waarbij ze ook nog eens vaak van holletje verwisselen.
Voedsel
De Veldkrekel is een omnivoor. Het dieet bestaat uit stengels,
bladeren en bloeiwijzen van grassen, maar ook dode en levende
Struikhei, Schapezuring en allerlei dode dieren worden verorberd.
|

Veldkrekel op een blad |
Verspreiding
Gryllus
campestris heeft een groot verspreidingsgebied dat reikt van West-Europa en
Noord-Afrika tot aan de Kaukasus. In België komt de soort verspreid voor in
de Kempen, Brabant en de zuidelijke Ardennen. In Nederland is hij nog te
vinden in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland.
Voorkomen in België
De Veldkrekel wordt voor het eerst gesignaleerd door Wesemael in 1838. Tot
zowat eind jaren ‘50 werd ze plaatselijk in bijna het hele land
aangetroffen, met uitzondering van West-Vlaanderen en Henegouwen. Sedertdien
is het aantal vondsten sterk afgenomen.
Diezelfde trend merken we als we de verspreiding in Nederland bekijken.
De achteruitgang is merkbaar in heel Noordwest-Europa.

Kaart gepubliceerd met
toestemming van “Saltabel-databank Instituut voor Natuurbehoud”
|
De Veldkrekel in onze
streek
We hebben in de literatuur gegevens kunnen vinden van een vondst in
1973 uit Brasschaat.
Uit eigen waarnemingen hebben we een 6-tal exemplaren die we in 1998 zingend
aantroffen op heideveldjes op het Klein Schietveld (Brasschaat) en in mei
1999 een 10-tal exemplaren in de Horendonkse Bossen (Essen). Deze dieren
hebben zich waarschijnlijk heel recentelijk gevestigd in deze omgeving
gezien er geen meldingen bekend zijn van de afgelopen jaren (de Horendonkse
Bossen behoren toch tot één van de best geïnventariseerde gebieden in de
gemeente Essen!!).
Ook in 2000 en 2001 werden meerdere exemplaren opgemerkt.
In 2000
werd zelfs een exemplaar gevonden op een nieuwe locatie; nl. op de oever van
een recent uitgegraven weideplas (het “Zandven”, even ten zuiden van het
Benegobos) een 100-tal meter verwijderd van de 1ste vindplaats.
Ook op de voormalige stortplaats werden zowel in 2000 als in 2001 zingende
exemplaren waargenomen.
Opmerkelijk is wel dat we zowel op de Kalmthoutse Heide als de Withoevense
Heide nog geen Veldkrekels hebben waargenomen. Werden ze tot nu toe over het
hoofd gezien of komen ze er gewoon niet (meer) voor.
Onderzoek moet dit nog uitwijzen.
Het
oorspronkelijke biotoop in Essen bestaat uit een gebied begroeid met
Struikhei (Calluna vulgaris), Rood zwenkgras (Festuca rubra), Pijpestro (Molinea
caerulea), Schapezuring (Rumex
acetosella) en Liggend walstro (Galium
saxatile) en heel wat kale plekken daar tussen. De holletjes bevinden
zich meestal met de opening naar het zuiden of zuidoosten.
We merken wel dat vooral in het jaar 2001, de oppervlakte Pijpestro toenam,
ten koste van de open plekken. Wat deze evolutie als gevolg heeft voor de
populatie Veldkrekel, zullen we de volgende jaren moeten onderzoeken.
Beheer
Voor het beheer is het belangrijk te weten dat de populaties behouden kunnen
worden door het leefgebied niet te versnipperen en de aansluitende grazige
en met heide begroeide terreinen met elkaar in verbinding te laten, gezien
de beperkte mobiliteit van de krekel.
Geraadpleegde literatuur:
-
Kleukers,
R.M.J. et al, 1997, De Sprinkhanen en Krekels van Nederland (Orthoptera)
- Nederlandse fauna deel 1, Nationaal Historisch
Museum, KNNV-Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 416 blzn, 16 platen
-
Devriese,
H., 1988, Voorlopige verspreidingsatlas van de Sprinkhanen en Krekels
van België, KBIN, Brussel
-
Bellmann,
H., 1985, A field guide to the Grasshoppers en Crickets of Britain and
Northern Europe, Collins, London,
Voor
inlichtingen, waarnemingen of andere gegevens mail naar insecten@noorderkempen.be
Joris
Pinseel
|