|
Tijdens
2002
kregen vlinders weer voldoende aandacht, maar ondanks de
warme zomermaanden
en het redelijke najaar werden er niet heel veel exemplaren
waargenomen.
Op de redactie
mochten we toch waarnemingen ontvangen van heel wat Natuurpunters.
Waarvoor een welgemeende dank.
Inleiding
Evenals
de vorige jaren werden ook in 2002 vlinders genoteerd binnen de grenzen van
onze Natuurpunt-afdeling.
Enkele waarnemers observeerden vlinders in hun eigen tuin en zo kregen we
een mooi beeld van de soorten die in tuinen kunnen worden
aangetroffen.
Anderen gingen op zoek in de natuurgebieden.
2002 was een eerder gewoon vlinderjaar. Dat komt vooral tot uiting als we de
aangetroffen aantallen vergelijken met vlinder-top-jaren 1994 en 1995.
Het zachte voorjaar liet veel goeds vermoeden. Maar de warme en soms heel
vochtige maanden juli en augustus maakten dat er minder vlinders werden
opgemerkt dan eigenlijk mocht verwacht worden.
Tijdens het zachte najaar werden nog wat exemplaren opgemerkt.
Gelukkig werden er ook in 2002 enkele leuke waarnemingen verricht.
Waarnemingen
Er werd dit jaar op enkele plaatsen systematisch gezocht naar vlinders, o.a.
het Benegobos en het voormalige stort van Essen (in
de Horendonkse Bossen) en de Kalmthoutse Heide.
Alle andere gegevens werden genoteerd in tuinen of tijdens
wandelingen en fietstochten.
De
Rode-lijst soorten in enkele gebieden:
Gericht zoeken in bepaalde gebieden bracht het volgende aan het licht:
|
Kalmthoutse
Heide:
|
Bont
dikkopje
|
|
|
Groentje
|
|
|
Heideblauwtje
|
|
|
Heidevlinder
|
|
|
|
|
Benegobos:
|
Heideblauwtje
|
|
|

koninginnenpage
|
Zeldzame
vlinders in de regio!!!
-
Het
Oranjetipje
werd waargenomen in Kalmthout
-
Van
de Koninginnenpage
kregen we 6 meldingen binnen, waarvan zelfs enkele rupsen op worteltjes
en venkel te Essen-Wildert.
-
Van
het Hooibeestje
werd slechts 1 exemplaar opgemerkt op het Groot Schietveld.
-
De
Eikenpage
valt weinig op, maar werd dit jaar terug in de Horendonkse Bossen
(Benegobos) waargenomen
-
Een
vlindertje dat ook weinig opvalt en dit jaar slechts 2 maal werd
opgemerkt, is het Geelsprietdikkopje.
-
De
Argusvlinder
werd geregeld opgemerkt maar blijft toch zeldzaam in de streek.

Boomblauwtje
Een
kort overzicht van de algemene soorten.
-
Er
werden heel wat Distelvlinders
genoteerd maar in tegenstelling tot het topjaar 1996 was het eerder
weinig: geen
grote invasie
dus. In de loop van augustus kon je de toenemende aantallen duidelijk
waarnemen op bloeiende Vlinderstruiken en er werden zelfs rupsen
gevonden.
-
Citroenvlinder,
Landkaartje, Dagpauwoog
en Atalanta
werden regelmatig waargenomen (vooral in tuinen).
-
Kleine
vos
lijkt bijna volledig verdwenen (slechts een 10-tal waargenomen exn).
Zijn afwezigheid viel vooral op tijdens de zomerse dagen en tijdens het
najaar. En slechts enkele jaren geleden was dit nog een zeer algemene
vlinder. De oorzaak .... ?
-
Gehakkelde
aurelia en Kleine
vuurvlinder deden het behoorlijk dit jaar; er werden
verschillende exn opgemerkt, hoofdzakelijk in het najaar.
-
Icarusblauwtje
en Zilverblauwtje werden dit jaar in zeer kleine aantallen
aangetroffen.
-
Bont,
Bruin
en
Oranje zandoogje werden in
behoorlijke aantallen gezien.
-
Het
Zwartsprietdikkopje
en Groot
dikkopje zijn blijkbaar over hun hoogtepunt heen ... minder
waarnemingen dan vorige jaren.
-
Klein
koolwitje, Klein geaderd witje
en Groot
koolwitje scoorden zoals gewoonlijk het hoogst dit jaar.

Kleine Vos
Vlinderfenologie
2002
Besluit
Door
de medewerking van heel wat natuurliefhebbers (Koen
Verschoore - Wim De Bock - Cees Van Laerhoven - Dirk Vilijn - Michaël
Vandevenne- Peter Dossche - John van den Bemt - Eveline en Sarah
Pinseel - Wim Van den Bergh - Dré Vansteenvoort) hebben
we na verloop van enkele jaren toch een vrij duidelijk beeld verkregen
van de vlinderfauna van de streek (zowel
de soorten als de vliegplaatsen).
Ondertussen is een prachtig boekwerk verschenen waarin alle
inventarisaties van de afgelopen jaren werden opgenomen (ook die uit
de Noorderkempen). |

Zwartsprietdikkopje
|
*
Maes, D. & Van Dyck, H. 1999, “Dagvlinders in
Vlaanderen. Ecologie, verspreiding en behoud”, Stichting
Leefmilieu/Antwerpen i.s.m. Instituut voor Natuurbehoud en Vlaamse
Vlinderwerkgroep/Brussel.
Joris
Pinseel
december 2002
insecten@noorderkempen.be
|