De Weidebeekjuffer Calopteryx splendens (Harris, 1782)

De laatste jaren nemen we steeds meer exemplaren van deze schitterende juffer waar boven de Kleine Aa in Essen en Kalmthout.
Uit binnengebrachte waarnemingen blijkt dat deze juffer ook op andere plaatsen in de regio wordt waargenomen.
Deze toename vraagt om wat meer uitleg over dit prachtig insect.

Vandaar deze bijdrage.

Areaal
Het verspreidingsgebied gaat van West-Europa tot Midden-Siberië en China en omvat bijna het volledige Middellandse Zeegebied, met inbegrip van Noord-Afrika. De ondersoort Calopteryx s. splendens komt vooral in het grootste deel van Europa voor: van Zuid-Frankrijk tot Zuid-Scandinavië en van Ierland tot de Oeral. In Zuid-Europa, met inbegrip van Zuid-Frankrijk komen verschillende ondersoorten voor: C. s. caprai, C. s. ancilla en C. xanthostoma die meestal als soort beschouwd wordt.

Huidige verspreiding in België
Algemeen. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt ten zuiden van Samber en Maas: langs de Viroin, Ourthe, Lesse, Semois, Amblève, Mèhaigne, Hoyoux, Rur, Our, Sure en hun diverse bijriviertjes.
In Vlaanderen komen populaties vooral voor in de Kempen: bekken van de Kleine en de Grote Nete, de Mark (Merksken) in de provincie Antwerpen en de Dommel, Warmbeek, Abeek, Kikbeek en Grensmaas te Limburg. Kleinere populaties werden de laatste jaren gevonden op verschillende plaatsen in Vlaams-Brabant en in de Limburgse Leemstreek: de Dijlevallei (ten zuiden van Leuven), Laan, IJse, Hulpe en Velpe in Vlaams-Brabant en de Demer, Herk, Mombeek en Berwijn in het zuiden van Limburg en in de Brusselse regio (vallei van de Woluwe). In Henegouwen zeer plaatselijk langs de Dender. Recente waarnemingen van telkens 1 exemplaar in Oost- en West-Vlaanderen hebben betrekking op zwervende exemplaren, mogelijk afkomstig uit Noord-Frankrijk of Henegouwen.

Evolutie van de verspreiding in België
Hoewel de huidige verspreiding ten opzichte van vroeger grotendeels dezelfde is gebleven, zijn de aantallen van de Weidebeekjuffer in Vlaanderen op een aantal plaatsen sterk afgenomen. Oude vindplaatsen in de Scheldevallei zijn nu zeker verlaten. Zowel in Wallonië als in het oosten van Vlaanderen werd de laatste 10 jaar een toename vastgesteld ten opzichte van de voorbije decennia. Het is opvallend dat er recent verschillende populaties van de Weidebeekjuffer werden gevonden zoals in de Brusselse regio, Vlaams-Brabant, Zuid-Limburg en Waals-Brabant, regio's waar C. splendens al een tiental jaren of meer niet meer was gemeld. Een globale vergelijking met vroeger is gezien de verschillen in prospectie moeilijk te maken. Selys vermeldt de lokale achteruitgang van de soort langsheen de Jeker als gevolg van watervervuiling, maar geeft geen globalere evaluatie van de aanwezigheid in Wallonië.

Verspreiding in Nederland
De Weidebeekjuffer komt tegenwoordig wijdverspreid voor op de zandgronden van Oost- en Zuid-Nederland. Zwaartepunten in de verspreiding zijn Noord-Drenthe, het oosten van Overijssel en Gelderland, Zuidoost-Utrecht, oostelijk Noord-Brabant en Limburg. Hij ontbreekt o.a. in westelijk Noord-Brabant, delen van zuidelijk Drenthe en het midden en noorden van de Veluwe.
Buiten de zandgronden is deze libel nog te vinden op een aantal plaatsen langs de Grote Rivieren o.a. langs de Merwede.
De huidige verspreiding is te vergelijken met deze van voor 1960, maar met minder aantallen. In de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw zorgden beeknormalisatie en slechte waterkwaliteit voor een stelselmatige afname van vindplaatsen en aantallen met als vermoedelijk dieptepunt het begin van de jaren ‘80. Hij was toen uit grote delen van Nederland verdwenen en de resterende populaties waren klein. Mogelijk zorgde een combinatie van betere waterkwaliteit, beekherstel en warme zomers ervoor dat de soort sinds eind jaren ‘80 weer vooruitgaat.


Weidebeekjuffer, Essen 6 juni 2007, foto Danny Daelemans

Weidebeekjuffer, man

Verspreiding in de Noorderkempen
In de database van de Libellenvereniging Vlaanderen (LVV) duikt 1 historische waarneming op van 24 mei 1917 uit de Kalmthoutse Heide. Wonder wat die juffer in de Kalmthoutse Heide kwam zoeken!
Feit is wel dat er sindsdien geen gegevens meer beschikbaar zijn.

Tot in 1999 !!

Toen werden door mezelf 2 ex. opgemerkt op de Kleine Aa t.h.v. IJkensbeemd. Dat waren bij mijn weten de eerste recente vondsten in de regio. Uit 2000 en 2001 zijn geen gegevens terug te vinden in mijn databases, maar vanaf 2002 duikt de soort jaarlijks op, telkens in toenemend aantal en vindplaatsen langs de Kleine Aa en dit in zoverre dat we anno 2008 meer dan 250 ex. (hoofdzakelijk mannetjes) geteld hebben over bijna de volledige lengte van de Kleine Aa (vanaf de grens met Kalmthout tot de grens met Nederland).
De verbetering van de waterkwaliteit en het terug opduiken van waterplanten in de Kleine Aa zijn hier natuurlijk niet vreemd aan én een markante verschijning als de Weidebeekjuffer kan niet over het hoofd gezien worden.
Er dook op 1 juli 2008 zelfs een zwervend exemplaar op in de tuin van Frans Vorsselmans in Kalmthout-Achterbroek!

Blijft natuurlijk de vraag “Waar komen deze dieren vandaan?”.

De dichtsbijzijnde vindplaatsen in de Provincie Antwerpen vinden we in Wuustwezel langs de Weerijsbeek en in Hoogstraten langs het Merksken. De dichtsbijzijnde Nederlandse vindplaatsen vinden we langs de Mark en een geïsoleerde vondst ten westen van Essen.
Zou het kunnen dat zwervende exemplaren onze Kleine Aa bereikten en zich hier hebben voortgeplant?
Opmerkelijk is ook dat de soort op de Kleine Aa op hetzelfde moment verscheen als de, voor de voortplanting noodzakelijke waterplanten als Egelskop. Toeval !!??

Habitat
C. splendens
verkiest matig zuurstofrijke beken en rivieren, gedeeltelijk bedekt met waterplanten. De soort vliegt - in tegenstelling tot de Bosbeekjuffer (Calopteryx virgo) - aan niet te snelstromende waterlopen. Ze komt voor langs brede, door de zon beschenen weidebeken maar ook langs kunstmatige irrigatielopen (bv. in de Kempen) en aan plassen met doorstromend water. Larven leven tussen ondergedoken wortels van bomen langs de oever. Zwervende exemplaren kunnen gezien worden aan allerlei biotopen, bv. kleiputten en visvijvers.

Levenswijze
De eieren worden onder water afgezet in diverse soorten planten, zoals o.a. Egelskop (Sparganium spec.), waterranonkel (Ranunculus spec.) en Pijlkruid (Sagittaria sagittifolia). De larven leven tussen de vegetatie in het water maar ook tussen de wortels van bomen en struiken. Ze zijn gevoelig voor uitdroging. Ze hebben een voorkeur voor donkere plaatsen, waar 30 tot 75 larven per m² kunnen worden aangetroffen. Ze mijden stenen en open zand. De larven zijn ‘s nachts actief waardoor ze minder gevoelig zijn voor predatie door vissen. Het uitsluipen begint ’s morgens vroeg en in verticale positie op planten, ongeveer 10 tot 40 cm boven de waterspiegel.

Nadien trekken de imago’s weg van het water. Ze brengen een rijpingsperiode door bij struiken en weilanden in de omgeving, waar ze vliegende insecten vangen. Vooral rijpe mannetjes overnachten in groep in struiken en in de oevervegetatie in de omgeving van water. ’s Ochtends vroeg keren ze terug naar hun territorium dat ze sterk verdedigen tegen andere mannetjes. Vanop een zitplaats overzien ze hun enkele m² grote territorium. Indringers worden weggejaagd, maar wijfjes worden het hof gemaakt met een spectaculaire baltsvlucht. Na de paring begint het wijfje onmiddellijk met de eiafzet waarbij ze bewaakt wordt door het mannetje. Daarbij loopt ze achterwaarts over een stengel naar beneden. Als de vleugels het water raken, keert ze zich om en loopt ze met de kop naar beneden het water in om onder water de eitjes af te zetten.

Fenologie
De hoofdvliegperiode van de Weidebeekjuffer loopt van de tweede decade van mei tot en met de derde decade van augustus. Er is een kleine piek in de tweede decade van juli. Uiterste data zijn 30 april en 2 oktober.

Rode-Lijstcategorie
Vlaanderen: Momenteel niet bedreigd
Wallonië: Momenteel niet bedreigd
Brussel: Bedreigd

 

Literatuur:
• De Knijf G., Anselin A., Goffart P. & Tailly M. (eds.), 2006. De Libellen (Odonata) van België: verspreiding - evolutie - habitats. Libellenwerkgroep Gomphus i.s.m. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. 368 p.
• Gysels, J., 1994. Kempische beeklibellen, Gomphus, 10 (4): 109-112.
• Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal NatuurHistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertibrate Survey-Nederland, Leiden.
• Vercoutere, B., 2003. De Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) in het Dijleland: een nieuwkomer? Gomphus, 19 (1): 3-12. 

Met dank aan Geert De Knijf voor het ter beschikking stellen van de nodige informatie.
Met dank aan Danny Daelemans voor het ter beschikking stellen van de foto. 

Heel wat gegevens uit de Noorderkempen zijn terug te vinden in onderstaand boek.
De gegevens in Essen verzameld vanaf 2000 staan hier echter niet in vermeld.

 

De libellenatlas

 

 

De Libellen van België:
verspreiding - evolutie - habitats

Redactie: Geert De Knijf, Anny Anselin, Philippe Goffart & Marc Tailly

Uitgave: Libellenwerkgroep Gomphus samen met Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)

Publicatie september 2006; 368 pagina's; vierkleuren druk; Formaat gesloten: 17 x 24 cm;
Verkoopprijs 25 euro (excl. verzendkosten).

Bestellen: Natuurpunt vzw
Coxiestraat 11, 2800 Mechelen
Tel.: 015/29 72 20 - e-mail: winkel@natuurpunt.be

 

 

 

 

 

 

 

 Joris Pinseel 

 

[home][contact]