De laatste
jaren nemen we steeds meer exemplaren van deze schitterende juffer waar
boven de Kleine Aa in Essen en Kalmthout.
Uit binnengebrachte waarnemingen blijkt dat deze juffer ook op andere
plaatsen in de regio wordt waargenomen.
Deze toename vraagt om wat meer uitleg over dit prachtig insect.
Vandaar deze
bijdrage.
Areaal
Het verspreidingsgebied gaat van West-Europa tot Midden-Siberië en China en
omvat bijna het volledige Middellandse Zeegebied, met inbegrip van
Noord-Afrika. De ondersoort Calopteryx s. splendens komt vooral in
het grootste deel van Europa voor: van Zuid-Frankrijk tot Zuid-Scandinavië
en van Ierland tot de Oeral. In Zuid-Europa, met inbegrip van Zuid-Frankrijk
komen verschillende ondersoorten voor: C. s. caprai, C. s. ancilla
en C. xanthostoma die meestal als soort beschouwd wordt.
Huidige verspreiding in België
Algemeen. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt ten zuiden van Samber en
Maas: langs de Viroin, Ourthe, Lesse, Semois, Amblève, Mèhaigne, Hoyoux, Rur,
Our, Sure en hun diverse bijriviertjes.
In Vlaanderen komen populaties vooral voor in de Kempen: bekken van de
Kleine en de Grote Nete, de Mark (Merksken) in de provincie Antwerpen en de
Dommel, Warmbeek, Abeek, Kikbeek en Grensmaas te Limburg. Kleinere
populaties werden de laatste jaren gevonden op verschillende plaatsen in
Vlaams-Brabant en in de Limburgse Leemstreek: de Dijlevallei (ten zuiden van
Leuven), Laan, IJse, Hulpe en Velpe in Vlaams-Brabant en de Demer, Herk,
Mombeek en Berwijn in het zuiden van Limburg en in de Brusselse regio
(vallei van de Woluwe). In Henegouwen zeer plaatselijk langs de Dender.
Recente waarnemingen van telkens 1 exemplaar in Oost- en West-Vlaanderen
hebben betrekking op zwervende exemplaren, mogelijk afkomstig uit
Noord-Frankrijk of Henegouwen.
Evolutie van de verspreiding in België
Hoewel de huidige verspreiding ten opzichte van vroeger grotendeels dezelfde
is gebleven, zijn de aantallen van de Weidebeekjuffer in Vlaanderen op een
aantal plaatsen sterk afgenomen. Oude vindplaatsen in de Scheldevallei zijn
nu zeker verlaten. Zowel in Wallonië als in het oosten van Vlaanderen werd
de laatste 10 jaar een toename vastgesteld ten opzichte van de voorbije
decennia. Het is opvallend dat er recent verschillende populaties van de
Weidebeekjuffer werden gevonden zoals in de Brusselse regio, Vlaams-Brabant,
Zuid-Limburg en Waals-Brabant, regio's waar C. splendens al
een tiental jaren of meer niet meer was gemeld. Een globale vergelijking met
vroeger is gezien de verschillen in prospectie moeilijk te maken. Selys
vermeldt de lokale achteruitgang van de soort langsheen de Jeker als gevolg
van watervervuiling, maar geeft geen globalere evaluatie van de aanwezigheid
in Wallonië.
Verspreiding in Nederland
De Weidebeekjuffer komt tegenwoordig wijdverspreid voor op de zandgronden
van Oost- en Zuid-Nederland. Zwaartepunten in de verspreiding zijn
Noord-Drenthe, het oosten van Overijssel en Gelderland, Zuidoost-Utrecht,
oostelijk Noord-Brabant en Limburg. Hij ontbreekt o.a. in westelijk
Noord-Brabant, delen van zuidelijk Drenthe en het midden en noorden van de
Veluwe.
Buiten de zandgronden is deze libel nog te vinden op een aantal plaatsen
langs de Grote Rivieren o.a. langs de Merwede.
De huidige verspreiding is te vergelijken met deze van voor 1960, maar met
minder aantallen. In de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw zorgden
beeknormalisatie en slechte waterkwaliteit voor een stelselmatige afname van
vindplaatsen en aantallen met als vermoedelijk dieptepunt het begin van de
jaren ‘80. Hij was toen uit grote delen van Nederland verdwenen en de
resterende populaties waren klein. Mogelijk zorgde een combinatie van betere
waterkwaliteit, beekherstel en warme zomers ervoor dat de soort sinds eind
jaren ‘80 weer vooruitgaat.
.jpg)
Weidebeekjuffer, Essen 6 juni 2007, foto Danny Daelemans |

Weidebeekjuffer, man |
Verspreiding in de Noorderkempen
In de database van de Libellenvereniging Vlaanderen (LVV) duikt 1
historische waarneming op van 24 mei 1917 uit de Kalmthoutse Heide. Wonder
wat die juffer in de Kalmthoutse Heide kwam zoeken!
Feit is wel dat er sindsdien geen gegevens meer beschikbaar zijn.
Tot in
1999 !!
Toen
werden door mezelf 2 ex. opgemerkt op de Kleine Aa t.h.v. IJkensbeemd. Dat
waren bij mijn weten de eerste recente vondsten in de regio. Uit 2000 en
2001 zijn geen gegevens terug te vinden in mijn databases, maar vanaf 2002
duikt de soort jaarlijks op, telkens in toenemend aantal en vindplaatsen
langs de Kleine Aa en dit in zoverre dat we anno 2008 meer dan 250 ex.
(hoofdzakelijk mannetjes) geteld hebben over bijna de volledige lengte van
de Kleine Aa (vanaf de grens met Kalmthout tot de grens met Nederland).
De verbetering van de waterkwaliteit en het terug opduiken van waterplanten
in de Kleine Aa zijn hier natuurlijk niet vreemd aan én een markante
verschijning als de Weidebeekjuffer kan niet over het hoofd gezien worden.
Er dook op 1 juli 2008 zelfs een zwervend exemplaar op in de tuin van Frans
Vorsselmans in Kalmthout-Achterbroek!
Blijft
natuurlijk de vraag “Waar komen deze dieren vandaan?”.
De
dichtsbijzijnde vindplaatsen in de Provincie Antwerpen vinden we in
Wuustwezel langs de Weerijsbeek en in Hoogstraten langs het Merksken. De
dichtsbijzijnde Nederlandse vindplaatsen vinden we langs de Mark en
een geïsoleerde vondst ten westen van Essen.
Zou het kunnen dat zwervende exemplaren onze Kleine Aa bereikten en zich
hier hebben voortgeplant?
Opmerkelijk is ook dat de soort op de Kleine Aa op hetzelfde moment
verscheen als de, voor de voortplanting noodzakelijke waterplanten als
Egelskop. Toeval !!??
Habitat
C. splendens
verkiest matig zuurstofrijke beken en rivieren, gedeeltelijk bedekt met
waterplanten. De soort vliegt - in tegenstelling tot de Bosbeekjuffer (Calopteryx
virgo) - aan niet te snelstromende waterlopen. Ze komt voor langs brede,
door de zon beschenen weidebeken maar ook langs kunstmatige irrigatielopen (bv.
in de Kempen) en aan plassen met doorstromend water. Larven leven tussen
ondergedoken wortels van bomen langs de oever. Zwervende exemplaren kunnen
gezien worden aan allerlei biotopen, bv. kleiputten en visvijvers.
Levenswijze
De eieren worden onder water afgezet in diverse soorten planten, zoals o.a.
Egelskop (Sparganium spec.), waterranonkel (Ranunculus spec.)
en Pijlkruid (Sagittaria sagittifolia). De larven leven tussen de
vegetatie in het water maar ook tussen de wortels van bomen en struiken. Ze
zijn gevoelig voor uitdroging. Ze hebben een voorkeur voor donkere plaatsen,
waar 30 tot 75 larven per m² kunnen worden aangetroffen. Ze mijden stenen en
open zand. De larven zijn ‘s nachts actief waardoor ze minder gevoelig zijn
voor predatie door vissen. Het uitsluipen begint ’s morgens vroeg en in
verticale positie op planten, ongeveer 10 tot 40 cm boven de waterspiegel.
Nadien
trekken de imago’s weg van het water. Ze brengen een rijpingsperiode door
bij struiken en weilanden in de omgeving, waar ze vliegende insecten vangen.
Vooral rijpe mannetjes overnachten in groep in struiken en in de
oevervegetatie in de omgeving van water. ’s Ochtends vroeg keren ze terug
naar hun territorium dat ze sterk verdedigen tegen andere mannetjes. Vanop
een zitplaats overzien ze hun enkele m² grote territorium. Indringers worden
weggejaagd, maar wijfjes worden het hof gemaakt met een spectaculaire
baltsvlucht. Na de paring begint het wijfje onmiddellijk met de eiafzet
waarbij ze bewaakt wordt door het mannetje. Daarbij loopt ze achterwaarts
over een stengel naar beneden. Als de vleugels het water raken, keert ze
zich om en loopt ze met de kop naar beneden het water in om onder water de
eitjes af te zetten.
Fenologie
De hoofdvliegperiode van de Weidebeekjuffer loopt van de tweede decade van
mei tot en met de derde decade van augustus. Er is een kleine piek in de
tweede decade van juli. Uiterste data zijn 30 april en 2 oktober.
Rode-Lijstcategorie
Vlaanderen: Momenteel niet bedreigd
Wallonië: Momenteel niet bedreigd
Brussel: Bedreigd
Literatuur:
• De Knijf G., Anselin A., Goffart P. & Tailly M. (eds.), 2006. De Libellen
(Odonata) van België: verspreiding - evolutie - habitats. Libellenwerkgroep
Gomphus i.s.m. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. 368 p.
• Gysels, J., 1994. Kempische beeklibellen, Gomphus, 10 (4): 109-112.
• Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen
(Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal NatuurHistorisch Museum Naturalis,
KNNV Uitgeverij & European Invertibrate Survey-Nederland, Leiden.
• Vercoutere, B., 2003. De Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) in
het Dijleland: een nieuwkomer? Gomphus, 19 (1): 3-12.
Met
dank aan Geert De Knijf voor het ter beschikking stellen van de nodige
informatie.
Met dank aan Danny Daelemans voor het ter beschikking stellen van de foto.
Heel
wat gegevens uit de Noorderkempen zijn terug te vinden in onderstaand boek.
De gegevens in Essen verzameld vanaf 2000 staan hier echter niet in vermeld.
|
De libellenatlas |
|
 |
|
|
De Libellen van
België:
verspreiding - evolutie - habitats
Redactie: Geert
De Knijf, Anny Anselin, Philippe Goffart & Marc Tailly
Uitgave:
Libellenwerkgroep Gomphus samen met Instituut voor Natuur- en
Bosonderzoek (INBO)
Publicatie
september 2006; 368 pagina's; vierkleuren druk; Formaat gesloten:
17 x 24 cm;
Verkoopprijs 25 euro (excl. verzendkosten).
Bestellen:
Natuurpunt vzw
Coxiestraat 11, 2800 Mechelen
Tel.: 015/29 72 20 - e-mail: winkel@natuurpunt.be |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Joris
Pinseel