|
|
Samenvatting
Dit verslag rapporteert over een vogelreis naar Beidaihe en Happy Island, georganiseerd door Wildwings, waar wij van 3 tot 21 mei 2006 samen met 27 Britse vogelaars aan deelnamen. Beidaihe ligt 280 km ten oosten van Peking aan de Golf van Bohai in de noordelijke tip van de Gele Zee. Gelegen langs één van de grootste zandstranden in de regio groeide dit oorspronkelijk visserdorpje in korte tijd uit tot een ware stad en één van China’s bekendste badplaatsen. Beidaihe en zijn omgeving zijn alom bekend als mogelijk de beste plaats in de wereld om Oost-Palearctische trekvogels waar te nemen, waaronder zo wat alle soorten uit het Verre Oosten die als dwaalgast in Europa gekend zijn ([1]). Deze reis beoogde dan ook in de eerste plaats om zoveel mogelijk van deze soorten in de kijker te krijgen. Naast Beidaihe werd ook een vijfdaags bezoek gebracht aan Happy Island en omgeving, en maakten we excursies naar de Chinese Muur en Old Peak. In Peking bezochten we eveneens het gekende Tiananmen Square, de Verboden Stad en het Zomerpaleis.
Vogeltrek is sterk afhankelijk van weersomstandigheden, waardoor het aantal vogels, de diversiteit aan soorten, en de piekmomenten van de trek op een bepaalde plaats van jaar tot jaar sterk kunnen verschillen. In Beidaihe was de voorjaarstrek in mei 2006 sterk beïnvloed door een opmerkelijk late en koude lente, door zeer onstabiel weer boven Zuid en Zuidwest China (inclusief een heuse tyfoon die vanuit Thailand net ten westen van Peking passeerde), en plaatselijk in Beidaihe door overwegend zuidelijke winden en aanhoudend mooi weer met veel zon en een open, blauwe lucht. Het samenspel van deze bijzondere weersomstandigheden resulteerde niet alleen in een constante doorstroming van trekvogels, maar eveneens in een aantal onverwachte waarnemingen. Deze omvatte enkele late wintergasten zoals Roodkeel- en Naumanns Lijster, evenals heel wat dwaalgasten uit Zuid en West China (‘overshoots’ ten gevolge van de tyfoon), waaronder eerste waarnemingen voor de Hebei provincie van Eastern Grass Owl, Bianchi’s en White-tailed Leaf Warbler, en zelfs een nieuwe soort voor China (Laggar Falcon).
In totaal werden niet minder dan 273 vogelsoorten waargenomen, wat overigens een nieuw recordaantal is voor de 24 vogelreizen die Wildwings en Sunbirds totnogtoe in mei naar deze regio organiseerden. De volledige soortenlijst, evenals een overzicht van het reisschema en een bondig dagboek met vermelding van de meest memorabele en/of bijzondere waarnemingen vindt u verder in dit verslag. ‘Highlights’ waren er eigenlijk teveel om in deze samenvatting te vermelden. Dat blijkt ook uit het feit dat niet minder dan 80 soorten werden ‘genomineerd’ toen aan elke deelnemer op het einde van de reis werd gevraagd om zijn/haar ’10 beste vogels van de reis’ op te lijsten. Uiteindelijk leidde deze oefening tot de volgende gezamenlijke ‘top tien’ (in dalende volgorde): Siberische Lijster, Kleine Sprinkhaanzanger, Roodkeelnachtegaal, Eastern Grass Owl, Yellow-rumped Flycatcher, Goudlijster, Kleine Regenwulp, Blauwe Nachtegaal, Stekelstaartgierzwaluw en Blue-and-White Flycatcher.
|
|
De foto’s in dit verslag zijn overgenomen uit een uitvoerig filmverslag van deze reis dat op DVD beschikbaar is. Deze DVD bevat uitgebreid en hoog kwalitatief beeldmateriaal van een groot aantal soorten, inclusief verschillende van de zeldzamere, die op deze reis werden waargenomen. Dit filmverslag werd gemaakt door Roy Harvey, één van de vaste medewerkers van de gekende jaaroverzichten op DVD van ‘Rare Birds in Britain’, en is verkrijgbaar via het contactadres in voetnoot ([2]).
Wij hopen dat dit verslag de lezer zal overtuigen dat ondanks de enorme – en voor de natuur vaak nefaste – economische ontwikkeling die gans deze regio momenteel ondergaat, Beidaihe en omstreken zijn reputatie als ‘Mekka voor vogelaars’ nog steeds blijft waarmaken.
Reisschema
|
Vertrek om 17:20 vanuit Amsterdam naar Peking met KLM-vlucht KL897 |
|
|
Aankomst om 08:00 in Peking; bezoek aan Tienanmen Square, de Verboden Stad, en Yuyuantan Park |
|
|
vr 05/05 |
Peking: bezoek aan het Summer Palace en Yuyuantan Park |
|
za 06/05 |
Met de bus naar Beidaihe; eerste verkenning van de Beidaihe birding sites (Sandflats, Hengho Reservoir, Lighthouse Point; Jinshan Field; Friendship Hotel) |
|
zo 07/05 |
Omgeving van Beidaihe: Lotus Hills en Yangho Estuarium |
|
ma 08/05 |
Beidaihe en omgeving, incl. tuin van Dongshan Hotel |
|
di 09/05 |
Beidaihe en omgeving; Yangho |
|
wo 10/05 |
Beidaihe (05:00 – 09:00); daguitstap naar de Chinese Muur (Jiaoshan Mountain) |
|
do 11/05 |
Sandflats (05:00 – 09:00); met de bus naar Happy Island; onderweg bezoek aan estuaria en bossen (Da Pu He; Chi Li Ki; Magic Wood) |
|
vr 12/05 |
Magic Wood (07:00 – 08:00); Happy Island (10:00 – 16:00); Magic Wood (17:00 - 19:00) |
|
za 13/05 |
Magic Wood (07:00 – 11:00); Magic Fields and Big Wood (12:00 – 16:30); Magic Wood (17:00 – 18:30) |
|
zo 14/05 |
Magic Wood (07:00 – 09:00); Happy Island (10:00 – 16:00); Magic Wood (17:00 – 19:00) |
|
ma 15/05 |
Magic Wood (07:00 – 09:00), Big Wood (09:30 – 12:00). Terug naar Beidaihe; s’namiddags Lighthouse Point, Friendship en Dongshan Hotel |
|
di 16/05 |
Beidaihe en omgeving |
|
wo 17/05 |
Beidaihe (05:00 – 09:00); Uitstap naar Laolin Reserve (Old Peak) |
|
do 18/05 |
Laolin Reserve; namiddag terug naar Beidaihe |
|
vr 19/05 |
Beidaihe + Yangho Estuarium + Reservoirs |
|
za 20/05 |
Beidaihe (05:00 – 14:00); na de middag met de bus terug naar Peking |
|
zo 21/05 |
Vertrek om 10:35 vanuit Peking naar Amsterdam met KLM-vlucht KL898 |
Overzicht per dag
De vlucht vanuit Amsterdam verliep vlekkeloos en landde zelfs 20 minuten vroeger dan gepland in Peking. Een uurtje later stonden de 30 deelnemers met hun bagage aan de bus, klaar voor het vetrek richting hotel. De ochtendlucht was mistig en grijsbruin van de smog. Toch zweefden er reeds 4 Aziatische Wespendieven rond de controletoren van de luchthaven, als eerste voorboden van wat we de volgende dagen nog allemaal in de kijker zouden krijgen…
Na het inboeken in het Beijing Lingnan Hotel en een vluchtige lunch uit een primitieve shop iets verder in de straat, vetrokken we op een sightseeing tour naar Tiananmen Square en de aanpalende Verboden Stad. Ons bezoek aan deze nationale symbolen viel temidden van het nationale verlof tijdens de eerste week van mei, waarin dagelijks tienduizenden Chinezen een bezoek brengen aan het mausoleum van Mao op Tiananmen Square. Ook de Verboden Stad zag geel van het volk, maar we konden aan de massa ontsnappen via een kleine doorgang tussen de gebouwen die uitgaf in een afgelegen, rustige binnentuin. Naast typische standvogels zoals Blauwe Eksters, Large-billed Crows en Spotted Doves, vonden we hier ook een tweedejaars mannetje Blauwe Nachtegaal, enkele Bladkoninkjes, een mannetje Tristram’s Bunting, de eerste Taigavliegenvangers en – zeer verrassend – een Grey-sided (of Fea’s) Thrush, een bedreigde soort met een zeer beperkt verspreidingsgebied in de bergen ten noorden en oosten van Peking, die slechts zelden buiten haar broedgebieden wordt waargenomen. Voorts konden enkele gelukkigen hier ook reeds een eerste glimp van een mannetje Siberische Lijster opvangen.
Op de terugweg naar het hotel brachten we nog snel een bezoek aan het Yuyuantan Park. Ook hier was het vanwege het nationale verlof drukker dan normaal, maar een zoektocht in de dichte begroeiing in de meer afgelegen delen van het park bleek toch meer dan de moeite waard, met ondermeer mooie waarnemingen van Naumanns en een Roodkeellijster, twee wintergasten die hier normaal gezien reeds lang vertrokken moesten zijn. Verder ook heel wat Crested Mynas, Chinese Grosbeaks, White-cheeked Starlings, Siberische Boompiepers, Bladkoninkjes, Dwerggorzen, een Bruine Vliegenvanger en een Bruine Klauwier. Kortom, een interessante mix van stand- en trekvogels, en zeker geen slecht begin…
|
|
|
‘s Avonds werden we verrast door een bezoek van professor Xu, één van de weinige en oudste professionele ornithologen die China rijk is, die ons overigens uitgebreid liet kennismaken met de beste Chinese gerechten en bieren in een typisch restaurant vlakbij het hotel. Een perfect einde voor een zeer geslaagde eerste dag.
In een poging om de talrijke lokale toeristen te vroeg af te zijn, vertrokken we reeds bij het krieken van de dag naar het vermaarde Zomerpaleis met zijn uitgestrekte wilgendreven en vijvers. De wilgenbloei liep op zijn eind en de lucht zat vol met vlokken wilgenpluis dat her en der op de grond en op het water in dikke sneeuwtapuiten samenvlocht. Naast groepjes Bladkoninkjes troffen we in de wilgen onze eerste, volop zingende Pallas’ en Raddes Boszangers aan, evenals enkele Rufous-bellied en Grey-capped Pygmy Woodpeckers. In de vroege ochtend was er ook heel wat trek van groepjes zangvogels waar te nemen, waaronder Siberische Boom-, Grote en Roodkeelpiepers en meer dan 200 ‘tikkende’ doch niet nader bepaalde gorzen. Op het water zaten naast Dodaarzen, Futen en Wilde Eenden nog enkele Tafel- en Kuifeenden (deze laatste ook weer een wintergast die eigenlijk ook reeds lang vertrokken had moeten zijn). Op een dicht begroeid eiland van een afgelegen vijver vonden we ondermeer een mannetje Mandarijneend, een Crested Kingfisher en een Oosterse Tortelduif, terwijl iets verderop in één van de weinige rietkragen van enige betekenis een Chinese Karekiet en een Black-browed Reed Warbler om ter luidst zaten te zingen. Enkele gelukkigen zagen hier ook een schuwe White-breasted Waterhen wegglippen.
Later in de ochtend trok de lucht volledig open en werd het een stuk warmer. Op dat moment begon ook het aantal bezoekers beduidend toe te nemen, en dus besloten we om ons op een rustige plek in de schaduw neer te zetten, vanwaar we een prachtig uitzicht hadden op de omringende heuvels. Op anderhalf uur tijd telden we 16 langstrekkende Amoerroodpootvalken, acht Boomvalken en zes Sperwers, maar verrassend genoeg geen enkele grotere roofvogel. Enkele achtergebleven Britten zagen ook nog een Oosterse Vorkstaartplevier voorbij vliegen, en nog anderen stootten de eerste Grey Nightjar van deze reis op.
De warmste uren van de dag werden in het hotel nuttig gebruikt om de ‘jetlag’ weg te nappen, waarna we met een paar mensen nogmaals voor enkele uren naar het Yuyutan Park trokken. De Naumanns en Roodkeellijster waren beiden nog van de partij en lieten zich opnieuw van zeer nabij bewonderen. Nieuwkomers waren ondermeer een groepje van vijf Ashy Minivets, evenals een vrouwtje Daurian Redstart en een Black Drongo. Verder zagen we twee Aziatische Wespendieven hoog overtrekken, terwijl we naast de eerder waargenomen standvogels nu ook voor het eerst de lokale Grijskopspechten in het vizier kregen. Tussen de soep- en Wilde Eenden op de centrale vijver zat nu ook een mannetje Mandarijneend, maar dit exemplaar leek ons toch wel bijzonder mak…
De dag werd afgerond in hetzelfde restaurant als gisteren, waar we konden genieten van nog een andere typische Chinese vogel, met name de ‘Peking Duck’.
|
|
|
Reeds vóór dag en dauw vertrokken we met de bus om – na een 4 uur durende rit over een nieuwe autostrade door een overwegend eentonig en saai landschap van eindeloze, droge en braakliggende rijstvelden – reeds vóór 09:00 uur bij het Jin Shan Hotel in Beidaihe aan te komen, waar we verwelkomd werden met een uitgebreid ontbijt. Behalve twee Roeken op een veld net buiten Beidaihe – overigens de enige die we op deze reis te zien kregen – was er tijdens deze busreis eigenlijk niks van vogels te zien. Het weer was aangenaam zonnig met een lichte zuiderwind. Vlak naast de ramen van het restaurant stond een rij lage kerselaars volop in de bloesem, die afgeladen vol zaten met Bladkoninkjes, groepjes Chestnut-flanked White-eyes, en Chinese Bulbuls. Een eerste korte wandeling door de tuinen van het hotel leverden naast bovenvermelde soorten nog 20+ Bruine Boszangers, enkele Pallas’ Boszangers, een Bruine Klauwier, enkele Hoppen en een zingende Grey-capped Greenfinch op, terwijl de lucht constant vol hing met grote aantallen Gier- en Roodstuitzwaluwen.
De rest van de dag werd benut om vertrouwd te raken met de verschillende locaties en habitats in en rond Beidiahe. Eerst reden we met de bus naar de Sandflats: een uitgestrekte zand- en slikvlakte waarin een (vervuild) beekje uitmondt dat omgeven is door uitgebreide rietkragen. Her en der zaten groepjes meeuwen en steltlopers, waaronder zes adulte Saunders’ Gulls, twee Siberische Strandlopers, vier Grote Kanoeten en vijf Mongoolse Plevieren. Vervolgens verkenden we het Hengo Reservoir aan de overzijde van de weg, een complex van poelen, moerassen en rietveldjes omringd met wandeldijken en dreven van hoge populieren en wilgen. Hier zagen we naast de plaatselijke Spot-billed Ducks ook een groepje van zeven Zomertalingen, een mannetje Roodkeelnachtegaal, enkele Chinese Penduline Tits, en nogmaals een late Naumanns Lijster. De beste uitschieter was evenwel een prachtige waarneming van een Forest Wagtail die zeer dichtbij doch ongestoord langs de waterkant foerageerde.
Later in de namiddag maakten we kennis met
de interessantste vogellocaties op loopafstand van ons hotel. Lighthouse Point
is een rotsachtige elevatie vol met bomen en struiken die als een ‘head’ de zee
insteekt en alzo een ideale landingsplaats vormt voor tal van trekvogels die
vanuit zee aan komen vliegen. Tussen het hotel en Lighthouse Point ligt nog
een groot braakliggend open terrein, Jin San Field, dat een goed overzicht
biedt over de vroege ochtendtrek en tevens heel wat pleisterende piepers en
gorzen aantrekt. En tot slot zijn er ook nog de tuinen van het Friendship
Hotel die met hun hoge naaldbomen, hagen en struikgewas ook heel wat schuil- en
foerageermogelijkheden bieden aan tal van trekvogels. Een eerste verkenning
van deze drie gebieden leverde op amper twee uur tijd ondermeer twee Bruine
Lijsters, een Chinese Song Thrush, een Roodsterblauwborst,
twee mannetjes Roodkeelnachtegaal, 100+ Bladkoninkjes, 10+ Pallas’
Boszangers, een eerste Kroonboszanger, een Grey-streaked
Flycatcher, drie Tristram’s Buntings en twee Dwerggorzen op.
Zowat iedereen had die avond wel enkele nieuwe soorten te
vieren, en tijdens ons eerste excellente doch spotgoedkope avondmaal in het Jin
San Hotel gingen de liters bier dan ook zeer vlot over de toog…
|
|
|
Bij het eerste daglicht stonden we reeds bij Lighthouse Point. Ondanks het eerder mistige weer was er toch wat trek, met onder andere overtrekkende groepen van 30+ Oosterse Vorkstaartplevieren en 25 Aziatische Goudplevieren, en een Appelvink. Ook in de bomen en struiken was er heel wat beweging, met twee Goudlijsters, een vrouwtje Geelbrauwgors en een Black-naped Oriole als belangrijkste uitschieters. Het zicht over zee was beperkt en een half uurtje seawatch leverde alleen enkele voorbijvliegende Heuglins Meeuwen en Reuzensterns op. Op terugweg naar het hotel vonden we op Jin Shan Field ook nog een tiental Aziatische Roodborsttapuiten, vier pleisterende Grote en een Mongoolse Pieper, evenals twee Grijskopgorzen en negen Vale Lijsters.
Na het ontbijt was de lucht terug volledig opgeklaard en reden we met de bus naar de Lotus Hills. Deze heuvels liggen op een half uurtje landinwaarts rijden van Beidaihe en zijn een uitgelezen plek om roofvogeltrek waar te nemen, vooral bij wind uit een noordelijke richting. We klommen naar een kleine rotsformatie op de top van de laagste heuvel, en ondanks een zuidwesterwind, zagen we op een anderhalf uur tijd toch 19 Aziatische Wespendieven, twee Gray-faced Buzzards, twee vrouwtjes Pied en Eastern Marsh Harriers, en vier Boomvalken voorbij glijden. Voorts ook heel wat Gierzwaluwen en enkele Siberische Gierzwaluwen, maar de beste waarneming was toch wel een Stekelstaartgierzwaluw die vlakbij over onze hoofden scheerde.
Tijdens de namiddag verkenden we de Yang He Estuary op een klein half uurtje rijden ten zuiden van Beidaihe. Het was laag tij en het estuarium zat afgeladen vol met duizenden Kokmeeuwen, 20 Black-tailed Gulls, een honderdtal Witwangsterns, evenals enkele Mongoolse en Aziatische Goudplevieren. In het nabijgelegen bos vonden we ondermeer twee Blauwe en vier Roodkeelnachtegalen, en een Pale-legged Leaf Warbler tussen vele tientallen Bladkoninkjes. Vervolgens checkten we het aanpalend complex van ondiepe visponden en hun rietbedden. Op de grazige dijken stootten we ondermeer enkele Japanese Quails en een Mongoolse Kortteenleeuwerik op, terwijl overal Maskergorzen voor ons uit vlogen, evenals vijf prachtige mannetjes Wilgengors in zomerkleed en een enkele Dwerggors.
De afgelopen twee dagen had iedereen kennis kunnen maken met de belangrijkste gebieden en habitats rond Beidaihe. Vanaf vandaag hadden we niet langer een autobus ter beschikking, maar kon ieder op eigen kracht te voet of per taxi zijn eigen dagschema bepalen. Door middel van walkietalkies en een uitgekiemd GSM-systeem hielden we daarbij onderling contact, zodat iedereen constant toegang had tot onze eigen ‘Beidaihe-vogellijn’…
De vroege ochtend was windstil en mistig. Een eerste wandeling langs Lighthouse Point en Jin Shan Field bracht dan ook weinig nieuws aan het licht. Na het ontbijt troffen we Jean Wang, onze lokale gids en tolk, en terwijl kleine groepjes vogelaars te voet of per taxi in alle windrichtingen afdropen, trokken de drie Belgen samen met Mark Andrews op verkenning naar een totaal nieuw en niet eerder geëxploreerd gebied: de immense tuinen van het Dongshan Hotel. Deze tuinen vormen het grootste resterende boscomplex in Beidaihe-town en reiken van het centrum helemaal tot het vooruitgeschoven Eagle Rock Park aan de kust. Onze inschatting was dan ook dat deze tuinen eveneens een ware magneet voor trekvogels moesten vormen. In het verleden waren ze echter altijd strikt off-limit gebleven voor vogelaars van buiten af, maar de unieke onderhandelingsskills van Jean brachten daar nu voor het eerst verandering in. En of onze verwachtingen werden ingevuld! In een mum van tijd vonden we vier Vale, twee Bruine, zes Goud- en een vrouwtje Siberische Lijster, evenals twee Japanese Waxwings die zich van vlakbij lieten bewonderen. Met deze vondst werd ook voor het eerst onze ‘Beidaihe-vogellijn’ getest, en met succes want binnen het half uur stond de voltallige groep deze prachtige vogels te bewonderen. Een verdere zoektocht in deze immense tuinen leverde ook nog een 100+ Bladkoninkjes, 250+ Pallas, 50+ Bruine en 20+ Raddes Boszangers op, evenals een vroege Noordse Boszanger en twee Goudhaantjes (van een opvallend grijskleurige ondersoort). Ook vliegenvangers waren hier goed vertegenwoordigd met 10-tallen Taiga-, 12 Bruine en een vrouwtje Mugimakivliegenvanger, en vijf schitterende mannetjes Yellow-rumped Flycatchers.
In de namiddag bezochten we achtereenvolgens de tuinen van het Jin Shan en het Friendship Hotel, Lighthouse Point en Jin Shan Field. Belangrijkste waarnemingen hier waren ondermeer de eerste Kleine Sprinkhaanzanger, een Black-capped Kingfisher, meer dan 100 Chinese Penduline Tits en Chestnut-flanked White-eyes, en verschillende prachtige mannetjes Blauwe en Roodkeelnachtegalen. De beste vogel van de namiddag was ongetwijfeld een mooi, geelsnavelig mannetje Blue Whistling Thrush, de enige waarneming van deze soort van gans de reis, maar naast de Belgen waren er spijtig genoeg slechts twee Britten die nog een glimp van deze vogel konden oppikken… We sloten de dag af met een bezoek aan de Sandflats, waar we ons lijstje verder aanvulden met de eerste Siberische Sprinkhaanzanger, Taigastrandloper en Stekelstaartsnip van deze reis..
Opnieuw een prachtige dag, gegeven het feit dat hierboven enkel en alleen de voornaamste uitschieters worden samengevat…
|
|
|
Overnacht was het weer volledig omgeslagen en de dag begon koud, grijs, overtrokken, met een dreiging van regen en nu en dan wat motregen. De vroege ochtendwandeling maakte snel duidelijk dat er veel vogels vertrokken en weinig nieuwe aangekomen waren, met als meest vermeldenswaardige nieuwkomer een volop zingende Humes Bladkoning. Aldus besloten we om na het ontbijt ons geluk te beproeven in en rond de Yang He Estuary. In het getijdengebied vonden we al snel vier Siberische Grijze Ruiters, en tussen de 1000-den meeuwen zat deze keer ook een prachtige Dwergmeeuw in zomerkleed. Het bos lag er vrij verlaten bij, met als enige nieuwkomer een vrouwtje Blauwstaart. Voorts troffen we langs de waterplassen naast de klassieke Kleine en Grote Zilverreigers en Chinese Ralreigers ook drie Lepelaars, een groepje van 16 Siberische Strandlopers en een Daurische Spreeuw aan.
Na de middag klaarde het een beetje op en leek er toch terug wat beweging in de vogeltrek te komen. In de tuinen van het Dongshan Hotel zaten nu niet minder dan tien Japanese Waxwings, evenals een Mangrovereiger en een Grey Nightjar. In de tuinen van het Jin San Hotel werd eveneens een vrouwtje Blauwstaart gevonden. Hier werd bij valavond, in het allerlaatste daglicht, door Mark Andrews de ontdekking van de dag gedaan. Hoog in de populieren zat een phylloscopus met een opvallende luide en heldere ‘ting-ting’-roep, alsof er iemand tegen een kristallen glas aantikte. De vogel leek een opvallend witte onderstaart te hebben, en dus werd voorzichtig geopperd voor een White-tailed Leaf Warbler, een westelijke soort die nooit eerder in de omgeving van Beidaihe was waargenomen. Het licht was echter reeds te zwak om voldoende details te zien, en de determinatie kon niet met 100% zekerheid bevestigd worden…
In de vroege ochtend werd gans de hoteltuin grondig maar tevergeefs afgespeurd naar deze opmerkelijke phylloscopus.
Wel zat er een vrouwtje White-throated Rock Thrush en een Draaihals. Na het ontbijt vertrokken we met de bus naar de Chinese Muur op Jiaoshan Mountain, ten noorden van de havenstad Quinhuangdao. Hier verlaat de Chinese Muur de bergen en loopt hij verder tot aan de zee. Hier is ook een gedeelte van de muur ‘gerestaureerd’, wat op zich veel toeristen aantrekt. Je kan hier met een kabellift gemakkelijk boven op de berg geraken, waar je links en rechts van het eeuwenoude monument ook nog authentieke restanten bos en struikgewas aantreft.
Eenmaal boven op de berg zagen we in anderhalf uur tijd hoog in de blauwe lucht drie Zwarte Ooievaars, een 25-tal Aziatische Wespendieven, verschillende Boomvalken en een mannetje Amoerroodpootvalk voorbij trekken. Vervolgens gingen we in het struikgewas op zoek naar enkele typische broedvogels van dit gebied. Deze leken aanvankelijk allemaal bijzonder schuw, maar op het eind van de rit had iedereen toch minstens een glimp opgevangen van vier Pere David’s Laughing Thrushes, drie Chinese Hill Warblers, enkele Yellow-streaked Warblers, en Eastern Rock Buntings. Vlakbij de ingang lieten verder nog een zeer makke Vinous-throated Parrotbill en een zingend mannetje Meadow Bunting zich uitvoerig bewonderen. Toen iedereen zich terug naar de bus begaf, kwam plots vrij laag een grote valk aangevlogen die boven onze hoofden langzaam omhoog begon te schroeven en langzaam naar het noorden weggleed: een prachtige Laggar Falcon met alles d’erop en d’eraan ! Het normale verspreidings-gebied van deze soort ligt volledig ten westen van China en reikt van Pakistan oostwaarts tot Birma. Voor zover we konden achterhalen, blijkt dit de eerste waarneming van deze soort in China te zijn…
Tegen valavond kwamen we terug aan in hotel, waar vrijwel onmiddellijk terug ‘alarm’ werd geslagen, want die rare phylloscopus zat terug op dezelfde plaats waar hij de avond ervoor ontdekt werd. Deze keer was de belichting nog voldoende en kon de vogel langdurig en beeldvullend met de telescoop tot in het kleinste detail bestudeerd, gefilmd en gefotografeerd worden. De vogel was inderdaad een White-tailed Leaf Warbler, de eerste voor de Hebei provincie !
Reeds om vijf uur ‘s morgens verzamelden we voor het hotel om naar de Sandflats te vertrekken. De eerste vogel van de dag was een Velduil die recht vanuit zee laag over het hotel landinwaarts trok. Eenmaal aangekomen bij de Sandflats werd tussen de talrijke Kleine Zilverreigers ook een Chinese Egret opgemerkt. Vervolgens zochten we het rietbed langs de monding van het beekje en een aanpalende ruigte af. Dit leverde ondermeer een Black-capped Kingfisher, een prachtig mannetje Roodkeelnachtegaal, twee Stekelstaartsnippen, enkele Japanese Quails en een tiental Pallas’ Rietgorzen op, naast tientallen Siberische Roodborsttapuiten en Bruine Klauwieren en een overtrekkende Slechtvalk. Op terugweg naar de bus vlogen plots twee Mongolian Larks over, die echter slechts door een handvol mensen werden gezien. Dat werd ruimschoots gecompenseerd toen even later een derde exemplaar voor onze voeten opvloog en direct terug inviel. Dit exemplaar was tot meer medewerking bereid en kon door iedereen in de telescoop bewonderd worden.
Na het ontbijt vetrokken we met de bus voor een vijfdaags bezoek naar het zuiden, richting het legendarische ‘Magic Wood’ en Happy Island. Onderweg maakten we een eerste tussenstop bij Da Pu He, een gebied met uitgestrekte graslanden, moerassen en bossen. Hier vonden we ondermeer enkele Koereigers, Blauwe en Purperreigers, Kleine, Grote en Middelste Zilverreigers, enkele Grey Nightjars, een Forest Wagtail, en opnieuw een Mongolian Lark.
In totaal stootten we niet minder dan
20 Water- en 12 Stekelstaartsnippen op, evenals drie Roodkeel-
en een Petsjorapieper. Tussen een 40-tal Gele Kwikstaarten
van drie ondersoorten zat een prachtig mannetje Citroenkwikstaart. Maar
de leukste waarneming hier was toch wel een (zeer vroeg) vrouwtje Mantsjoerijs
Woudaapje dat vlak voor onze voeten opvloog en een 100-tal meters verder
in het riet verdween.
|
|
|
Vervolgens reden we naar Chi Li Hi, een grote baai met uitgestrekte slikken en zandbanken. Naast honderden Rosse Grutto’s en Zilverplevieren zaten hier ook Vega en Kamchatka Gulls, Lach- en Dwergsterns, en een Chinese Egret. Een volgende stop langs een getijdenrivier nabij Bihai leverde heel wat steltlopertjes op, waaronder 100+ Poelruiters, 40 Siberische, twee Taiga- en 4 Roodkeelstrandlopers, evenals een prachtig mannetje Daurian Redstart.
In de late namiddag bereikten we eindelijk ‘the Magic Wood’. Dit bos is amper een voetbalveld groot en bestaat uit enkele hoge populieren met een ondergroei van struiken en enkele stukjes riet. Op eerste zicht geen echt spectaculair habitat, maar als enige groene oase in een eindeloze vlakte van visponden en barre veldjes werkt dit bos als een ware magneet op duizenden trekvogels, die na hun tocht over de Golf van Bohai hier uitgeput en/of hongerig neerstrijken. Een eerste verkenning van het gebied leverde naast 100+ Pallas’ Boszangers en dito Bladkoninkjes ook een Humes Bladkoning en enkele Swinhoe’s en Kroonboszangers op, evenals een mannetje Japanese Sparrowhawk, twee Goudlijsters, een mannetje Mugimakivliegenvanger, en Tristram’s, Geelbrauw-, Masker-, Dwerg- en Rosse Gors.
Vervolgens reden we naar ons hotel, een splinternieuw ‘westers’ hotel temidden van een even nieuwe doch onaantrekkelijke industriestad, waar we de volgende vier nachten zouden doorbrengen.
Na een vroeg ontbijt stonden we om 07:00 reeds terug in Magic Wood, waar we maar een goed uurtje konden blijven, want om 09:00 werden we verwacht aan de boot naar Happy Island. Tijdens de nacht had deze magneet blijkbaar goed gewerkt: het bos zat reeds afgeladen vol vogels en nog bleven vanuit alle kanten vogels toestromen. Meer dan 100 Pallas’ Boszangers, 10-tallen Bladkoninkjes, Swinhoe’s en Bruine Boszangers en enkele Pale-legged Leaf Warblers lieten zich opvallend dicht bewonderen. Naast twee Goudlijsters vonden we een mannetje White-throated Rock Thrush, vier Vale Lijsters en een mannetje Siberische Lijster. Verder ook verschillende Blauwe en Roodkeelnachtegalen en de eerste Snornachtegaal van deze reis. Neem daarbij nog tientallen vliegenvangers (Taiga-, Bruine, Mugimaki, Yellow-rumped en Grey Streaked) en gorzen (Masker-, Dwerg-, Wilgen- , Rosse en Tristram’s), enkele Roodmussen, een Keep, Chinese en Japanese Grosbeaks, en je zal begrijpen dat dit uurtje goed gevuld was…
Op weg naar het haventje van Lao Yu Jian stopten we eerst nog voor een quickscan over de uitgestrekte slikken naast het dorp. Overal liepen steltlopers waaronder 30 Far-eastern Curlews, 10-tallen Mongoolse Plevieren en Bonte Strandlopers (ssp sakhalina), enkele Grote Kanoeten en Terekruiters, en twee Siberische Grijze Ruiters. De meeste aandacht ging hier echter naar een eerste zomer Relictmeeuw die vlakbij langs vloog om zich vervolgens recht voor ons neer te zetten.
Vervolgens scheepten we in op de kleine ferryboot naar Happy Island. Toen we daar een halfuurtje later voet aan wal zetten werden we verwelkomd door een groepje van zes Geelbrauwgorzen in de eerste bosjes aan de voet van de kade. Verder onderweg naar het centrum van het eiland zagen we heel kort een vliegenvanger die op het eerste zicht alles had van een Elisae’s Flycatcher, maar spijtig genoeg vloog deze vogel snel weg en kon hij niet teruggevonden worden. Bij het tempelgebouw in het midden van het eiland werden we verder verwelkomd door een bijzonder mak mannetje Rosse Gors. Het bos en struikgewas rond deze tempel krioelde van de vogels (en tientallen vogelaars uit Zweden, Finland, UK, USA en Taiwan), waaronder honderden phylloscopi van 11 verschillende soorten, zeven soorten vliegenvangers, vijf soorten gorzen, enz. De beste uitschieters waren een Grey-crowned Warbler (één van de soorten uit het recent gesplitte Golden Spectacled Warbler-complex), een prachtig mannetje Blue-and-white Flycatcher, en een Grey-backed Shrike, opnieuw een dwaalgast uit meer westelijke oorden.
In de late namiddag keerden we terug naar Magic Wood waar de aantallen vogels blijkbaar nog toegenomen waren, maar niks nieuws ontdekt werd, om vervolgens het hotel op te zoeken voor een uitgebreid maaltijd en een welverdiende nachtrust.
|
|
|
Reeds tijdens het vroege ontbijt werd vanuit het restaurant de eerste nieuwkomer van de dag genoteerd: vijf overtrekkende Grey-headed Lapwings. Vóór 07:00 stonden we al terug aan het ‘Magic Wood’, waar twee zenuwachtige Taiwanese vogelaars ons vertelden dat ze zonet een grote uil hadden zien neerstrijken die ze niet konden thuisbrengen, maar die in hun vogelboek eigenlijk alleen maar overeenkwam met een ‘Grass Owl’. Echter, het dichtst bijzijnd broedgebied van deze soort – die volgens het boek overigens een strikte standvogel zou zijn – ligt normalerwijs meer dan 1000 km naar het westen en deze soort was dan ook nooit eerder in Oost China gemeld… Terwijl de overgrote meerderheid van onze groep deze informatie gewoon afwimpelde als ‘most unlikely’ of ‘plain impossible’ en vervolgens het bos introkken, besloten de drie Belgen om samen met twee andere ‘believers’ toch maar eerst even de rietveldjes rond het bos uit te trakken. En met succes, want binnen het kwartier stootten we niet één maar twee Eastern Grass Owls op. Deze grote ‘kerkuilen’ met opvallend lange vleugels en zware poten die ver voorbij de staart uitstaken, maakten een korte vlucht over en rond het bos, en streken vervolgens voorbij het bos terug neer in het lange gras. Ze maakten daarbij echter een sterk vermoeide indruk en dus lieten we ze daar verder met rust.
|
|
De volgende highlight was een Stekelstaartgierzwaluw die rakelings over het bos aan kwam vliegen en daar één grote toer maakte om vervolgens in pijlsnelle vlucht verder noordwaarts te trekken. In het bos zelf krioelde het ook weer van de vogels. Nieuwkomers waren Koekoek en Boskoekoek, een Chinese Leaf Warbler tussen de horden Pallas’ Boszangers, de eerste Siberian Flycatcher van de reis, en een zeer makke Bianchi’s Warbler (een andere soort uit het recent gesplitte Golden Spectacled Warbler-complex). Ook deze laatste soort broedt enkel in veel westelijker en zuidelijker gelegen delen van China, en was blijkbaar nooit eerder vastgesteld in de Hebei Provincie…
Vervolgens reden we terug naar de haven van Lao Yu Jian waar, naast de steltlopers en de Relictmeeuw die we daar gisteren waarnamen, nu ook 4 Breedbekstrandlopers aanwezig waren. Dan zetten we terug koers richting binnenland, naar een gebied van natte rijstvelden. In een quickscan telden we hier meer dan 300 jagende Witvleugelsterns en enkele Amoerroodpootvalken op de telefoonleidingen. Her en der in de verte zaten groepjes steltlopers. Dichterbij gekomen konden we de meeste erkennen als Aziatische Goudplevieren, Bosruiters en Regenwulpen. Tussen deze laatste werden in de verte enkele opvallend lichtgekleurde, kleine exemplaren opgemerkt: Kleine Regenwulpen! Uiteindelijk konden we deze benaderen tot op zo’n 50 meter en telden we niet minder dan 11 exemplaren.
Onze volgende stop was ‘the Big Wood’, waar we een grote broedkolonie van Kwakken en Chinese Ralreigers aantroffen, evenals acht Vale en drie Goudlijsters, en twee Hair-crested Drongo’s. Op de terugweg stopten we nog even langs Magic Wood, waar de Bianchi’s Warbler nog steeds aanwezig was, om tegen valavond vermoeid maar tevreden naar ons hotel terug te keren.
De laatste volledige dag van onze uitstap naar het zuiden besloten we te spenderen aan een tweede bezoek aan Happy Island, voorafgegaan en afgesloten met een kort bezoek aan Magic Wood. In dit bos was het aantal vogels niet veel lager dan de vorige dagen. Er zaten nu opvallend veel Bruine Klauwieren en reeds drie Snornachtegalen, maar we konden uiteindelijk ‘slechts’ twee nieuwe soorten aan onze lijst toevoegen: een laag overtrekkende Daurische Kauw, overigens de enige die op deze reis werd waargenomen, en een (late) Veldleeuwerik.
Om 10:00 stapten we aan wal op Happy Island, waar we ditmaal werden verwelkomd door een vrouwtje Pied Harrier en enkele laag overvliegende Saunder’s Gulls. Ondertussen was het zo goed als windstil geworden en rees de temperatuur de pan uit. De aantallen vogels op het eiland bleken dan ook beduidend lager dan tijdens ons eerste bezoek. Onvergetelijk was wel de waarneming van een bijzonder mak mannetje Siberische Lijster. In plaats van snel weg te vliegen en in de boomkruinen te verdwijnen, bleef deze vogel rustig foerageren en liet hij zich benaderen tot op minder dan 3 meter! Een Blunt-winged Warbler die volop zat te zingen in enkele dichte struiken was dan weer heel wat minder meewerkend en liet zich enkel zeer kortstondig bekijken. Enkele Yellow-bellied Tits en een prachtig mannetje Japanese Grosbeak waren dan weer wel zeer ‘elusive’.
Het avondbezoek aan Magic Wood bevestigde enkel maar dat in dit windstille warme weer de vogeltrek volledig stil was gevallen.
|
|
|
De volgende dag was de lucht nog even blauw en het beloofde opnieuw een snikhete dag te worden. Echter, er zat wel terug een beetje wind uit het zuidwesten, en het ochtendbezoek aan Magic Wood bewees dat dit beetje wind wel degelijk het verschil kan maken tussen geen en veel vogeltrek. De magneetfunctie van dit bos bleek dan ook volop terug in werking te zijn, want constant kwamen er vanuit alle richtingen vogels aanvliegen. De eerste verrassing was een groepje van zes Daurische Spreeuwen, direct gevolgd door een laag overtrekkende Upland Buzzard en twee Oostelijke Zwarte Wouwen. In totaal zaten er minstens 6 koekoeken in en rond het bos, waaronder een Large Hawk Cuckoo en – volgens hun geluid – minstens één gewone en twee Boskoekoeken. Een zoektocht door het bos leverden naast tientallen Bruine, Raddes en andere Boszangers ondermeer een nieuwe Grey-Crowned Warbler op, evenals zes Kleine en een Siberische Sprinkhaanzanger, verschillende Black-browed Reed Warblers, Diksnavelrietzangers, een Blunt-winged en een Manchurian Reed Warbler (de recent gesplitte oostelijke vorm van Veldrietzanger). Ook lijsterachtigen waren opvallend goed vertegenwoordigd met zes Vale, twee mannetjes en een vrouwtje Siberische, een Bruine en drie Goudlijsters, een White-troated Rock, een Grey-backed, een Chinese Song en een Pale Thrush.
Tegen de middag vertrokken we met de bus terug richting Beidaihe, maar eerst werd nog een bezoek gebracht aan Big Wood. Ook hier waren nu veel meer lijsters aanwezig: acht Vale, een mannetje Siberische, een Naumanns, een Roodkeel- en 11 Goudlijsters, evenals een Grey-backed, een Grey-sided en tenslotte een vrouwtje Brown-headed Thrush, wat het dagtotaal op niet minder dan 12 lijstersoorten bracht! Andere ‘highlights’ hier waren een White-breasted Waterhen, een Hodgson’s Hawk Cuckoo en twee Brown Hawk Owls.
In de vroege vooravond arriveerden we terug aan het Jin Shan Hotel in Beidaihe, waar we tijdens een wandeling in de tuin naast de vele vertrouwde zangvogelsoorten ook nog vier Kleine Regenwulpen zagen overvliegen.
|
|
|
Opnieuw een zonnige warme dag, die volledig in Beidaihe gespendeerd werd met een bezoek aan Lighthouse Point, de tuinen van het Jin Shan, Dongshan en Friendship Hotel, de Sandflats en het Hengo Reservoir. Ondertussen waren we reeds in de tweede helft van mei beland, wat beklemtoond werd door een versnelde bladgroei aan struiken en bomen, evenals door enkele opvallende veranderingen in de waargenomen vogelsoorten. Zo leken de aantallen Badkoninkjes en Pallas’ Boszangers ondertussen overal gedecimeerd en vervangen door veel grotere aantallen Bruine (150+) en Raddes Boszangers (50+). Overal troffen we zingende Black-naped Orioles aan (30+), terwijl Aziatische Roodborsttapuiten (100+) en Bruine Klauwieren (150+) blijkbaar nu pas piekten. Ook vonden we opvallend meer rietzangers, met toenemende aantallen van zowel Chinese Karekiet, Diksnavelrietzanger en Black-browed Reed Warbler. Blauwe en Roodkeelnachtegalen waren nu nog moeilijk te vinden, en grotendeels vervangen door Snornachtegalen.
Nieuwkomers die dag waren de eerste Yellow Bitterns (volop in baltsvlucht), een Japanese Swamp Warbler en een Swinhoe’s Rail aan het Hengo Reservoir, en twee Woestijnplevieren, een Swinhoe’s Wagtail (een Witte Kwikstaart van de ondersoort ocularis) en drie Japanese Reed Buntings op de Sandflats. Verder waren er een overvliegende Dollarbird, een Lesser Cuckoo en een niet nader bepaald mannetje Niltava (nogmaals een dwaalgast van westelijke oorsprong) in de hoteltuinen.
De ochtendtrek in een windstil Beidaihe was opvallend rustig en veel was er niet te bespeuren tijdens het traditioneel vroege ochtendbezoek aan Jin Shan Field en Lighthouse Point. De beste vogel van de ochtend werd ontdekt in de tuin van ons hotel, met name een Siberian Bush Warbler, ook wel Pere David’s Bush Warbler genoemd en pas zeer recent gesplit van Spotted Bush Warbler. Deze kleine cettia-warbler was opvallend mak en liet zich tot op één meter afstand bewonderden terwijl hij rustig langs de rand van een lage haag liep te foerageren, overigens te samen met een al even makke Kleine Sprinkhaanzanger.
Na het ontbijt vertokken we voor een tweedaagse excursie naar het Laolin Reserve op Old Peak, een bebost natuurpark in de bergen, op een flink uur rijden van Beidaihe. Een eerste stop nabij de ingangspoort van het natuurpark leverde al snel een zingende Manchurian Bush Warbler en een zingende Blunt-winged Warbler op, evenals enkele Yellow-streaked Warblers, Daurian Redstarts, Hair-Crested Drongo’s, Godlewski’s en Meadow Buntings, en een Alpenkraai.
Vervolgens brachten enkele kleine busjes ons via een smal, steil en slingerend baantje tot aan het hogerop gelegen hotel. Vlakbij het hotel werden verschillende Chinese Nuthatches en Yellow-throated Buntings gezien, terwijl verschillende Aziatische Wespendieven op grote hoogte voorbij zeilden. Even later brachten de elektronische minibusjes van het natuurpark ons tot helemaal boven op de bergtop. Hier vonden we al snel een koppel Bull-headed Shrikes en verschillende volop zingende Blyth’s en Chinese Leaf Warblers, maar de uitschieter van de dag was hier wel een prachtig mannetje White-bellied Redstart, een ongelooflijke skulker die evenwel zeer fel op zijn eigen geluidsopname reageerde en zich zo uiteindelijk toch van zeer dichtbij liet bewonderen.
Op de wandeling terug naar het hotel hoorden we overal de kenmerkende zang van Koekoek, Boskoekoek en Large Hawk-Cuckoo, maar slechts weinige lieten zich ook echt goed zien. Verder kwamen we ook nog een zingende Grey-sided Thrush tegen, evenals een enkele (échte) Fazant, verschillende Gaaien, Yellow-bellied Tits en Glanskop-, Kool-, Staart- en Zwarte Mezen.
|
|
|
Reeds om 04:00 vertrokken we te voet de berg op, met als doel om bij het eerste daglicht reeds zo hoog mogelijk te geraken voor een zoektocht naar de Koklass Pheasant. Al vrij snel konden we in de verte de kenmerkende roep van deze schuwe fazantensoort horen, maar we slaagden er niet in om ze in beeld te krijgen. Eenmaal het daglicht goed begon door te breken werden we omringd door een luid koor van vele 10-tallen zingende Blyth’s en Chinese Leaf Warblers. Verder vonden we zangposten van drie Humes Bladkoninkjes, verschillende Blauwe Nachtegalen en minstens vijf Elisae’s Flycatchers. Deze laatste twee soorten bleken enorm moeilijk te spotten in het dichte struikgewas, en het vroeg heel wat geduld om ze in de kijker te krijgen. Ook vonden we drie zangposten van Asian Stub-tailed Warblers, terwijl we naast de drie eerder vermeldde koekoeken nu ook Indian en Lesser Cuckoo te horen en te zien kregen.
Het was al ver in de voormiddag toen een paar gelukkigen plots en onverwacht dan toch ‘oog in oog’ kwamen te staan met een paartje Koklass Pheasants dat zich liet verrassen terwijl ze langzaam het bergpad overstaken.
Na een zeer laat ontbijt vertrokken we terug naar Beidaihe, waar we tijdens de namiddag in de verschillende hoteltuinen ondermeer nog een Ashy Drongo (van de lichtgekleurde ondersoort salangensis), een Grey-sided Thrush, en verschillende Siberian Flycatchers waarnamen.
|
|
|
Vandaag was onze laatste volledige dag in Beidaihe. De vroege ochtend was gekenmerkt door een sterke noordwesten wind, lage wolken en een dreiging van regen. Veel zichtbare trek was er niet, maar wel vlogen in totaal niet minder 14 Stekelstaartgierzwaluwen laag over de boomtoppen van Lighthouse Point en Jin Shan Field voorbij. Na het ontbijt vertrokken we met een kleine groep naar Yang He. Daar merkten we al snel dat deze plotse weersverandering heel wat nachttrekkers – vooral Acrocephalus- en Locustella-warblers – aan de grond had gebracht. In een mum van tijd vonden we 50+ Black-Browed Reed Warblers, 20+ Diksnavelrietzangers, 30+ Kleine (“lancey’s”) en drie Siberische Sprinkhaanzangers (“peegeetips”), evenals verschillende Blauwborsten en Snornachtegalen, en een Ruddy Crake.
Eenmaal terug in Beidaihe begaven we ons snel naar Lighthouse Point waar een gelijkaardige ‘fall’ gestart was. Ook hier krioelde het ondertussen van de acro’s en locustella’s, met 100+ Black-browed en twee Manchurian Reed Warblers, 50+ Diksnavelrietzangers, minstens 40 Kleine en drie Siberische Sprinkhaanzangers. Verder waren er hier ook terug heel wat phylloscopus-warblers met o.a. 30 Pallas’, 25 Swinhoe’s en drie Noordse Boszangers, en een onverwachte Siberische Tjiftjaf. Op zee werden drie Temminck’s Cormorants gevonden, evenals een (late) eerste zomer Grote Burgemeester. Andere verrassingen waren een kortstondig verblijvende Black-winged Cuckoo-shrike, een Long-tailed Minivet, en een prachtig mannetje Asian Paradise Flycatcher met zeer lange staartstreamers.
Ook Jin Shan Field was opnieuw een bezoek
waard met ondermeer tien pleisterende Grote en drie Mongoolse Piepers
en twee Yellow-legged Button Quails. In de late namiddag en vroege
avond werden de hoteltuinen nog snel afgezocht, wat nog een (laat) vrouwtje Blauwstaart,
15+ Snornachtegalen, een overvliegende Dollarbird, en vier Japanese
White-eyes opleverde. De beste uitschieter hier was evenwel een kleinere
vliegenvanger die aanvankelijk in geen enkele veldgids terug te vinden was,
maar uiteindelijk aan de hand van heel wat foto’s toch als eerste zomer Rufous-gorgetted
Flycatcher kon gedetermineerd worden.
Die avond hadden we twee gebeurtenissen te vieren: onze
laatste nacht in dit hotel en de beste ‘fall’ van de reis. Het feest eindigde
voor velen dan ook pas laat in de nacht…
|
|
|
Na een luie ochtend waren we pas na het ontbijt terug present aan Lighthouse Point. Opnieuw was de bulk van de vogels overnacht verdwenen, maar tijdens de voormiddag doken toch ook heel wat nieuwe vogels op, waaronder twee (late) vrouwtjes Grote Zaagbek op het water, twee langsvliegende Mantsjoerijse Woudaapjes, minstens 25 Noordse Boszangers, en een mannetje Tiger Shrike. Met deze laatste nieuwkomer sloten we de soortenlijst van deze reis definitief af op 273 soorten. Ook de Rufous-gorgetted Flycacther bleek nog aanwezig, tot grote opluchting van diegenen die deze vogel de dag daarvoor gemist hadden.
|
|
In de vroege namiddag vertrokken we met de bus voor de 4-uur durende terugrit naar Peking. Sinds onze heenreis had het droge landschap overal een ware metamorfose ondergaan. Niet alleen stonden de bomen en struiken nu volop in het blad, maar overal stonden de rijstvelden onderwater en waren 100-den mensen bezig met het uitplanten van frisgroene rijstplantjes. In Peking genoten we ‘s avonds voor de laatste maal van een uitgebreide maaltijd in het ons ondertussen vertrouwde restaurant vlakbij hetzelfde vertrouwde hotel.
Op zondag 21 mei vertrokken we reeds vroeg met de bus richting Beijing-airport. Na een uurtje file onderweg en een vlotte boeking- en boardingprocedure, viel zowat iedereen van de groep direct in slaap in het vliegtuig. Negen-en-een-half uur later landden we in Amsterdam, waar we afscheid namen van onze Britse reisgezellen. En daarmee was deze boeiende en geslaagde vogelreis – overigens veel te snel – definitief voorbij.
Beidaihe en Happy Island bleven de afgelopen jaren alles behalve gespaard van de enorme snelle en vaak verwoestende economische ontwikkelingen die momenteel overal in China plaatsvinden. Toch vinden vele tienduizenden trekvogels hier elk voorjaar nog steeds tal van welkome rust- en foerageergebieden na hun overtocht over de Baai van Bohai. Aldus blijft deze regio haar reputatie als ‘Mekka voor vogelaars’ waardig, en een bezoek aan dit gebied tijdens de voorjaarstrek blijft dan ook nog steeds meer dan de moeite waard.
Elk voorjaar is anders. Mei 2006 was gekenmerkt door langdurige, uitzonderlijk onstabiele weersomstandigheden boven Zuid en West China dat sterk contrasteerde met het vrij stabiele en mooie weer boven Beidaihe en Oost China. Dit resulteerde in een continue doorstroom van trekvogels over de Golf van Bohai, inclusief heel wat dwaalgasten (‘overshoots’) uit Zuid en West China, waardoor op deze reis beduidend meer soorten werden waargenomen dan de 240 soorten die hier gemiddeld tijdens 23 eerdere vogelreizen van Wildwings en Sunbirds in mei genoteerd werden.
Deelnemers
Tony Mar en Mark Andrews (Wildwings reisleiders), Jean Wang (lokale gids en tolk), Bola Akinola, John Armitage, Dick Baily, Duncan en Jessie Bell, Russell Boland, Liam Brigginshaw, Dick en Janet Brown, Koen Dierckx, Greg Fitchett, Brian Gregory, Roy en Linda Harvey, David en Joyce Jarvis, Dave Jones en Pauline Montgomery, Peter Large, Dick Lorand, Cliff Morrison, Andrew Pickett, Keith Privett, Peter en Dirk Symens, Martin Wells, David Woodhouse, Murray Wright.
|
|
Soortenlijst
- Alle soorten die voorkomen op de West-Palearctische lijst van Dutch Birding Association (2006) worden in deze lijst met hun Nederlandse naam vermeld; voor alle anderen wordt hier de Engelse naam vermeld.
- St = aantal Sunbirds-trips naar Beidaihe in de maand mei (t/m 2005) waarop de soort waargenomen is (n = 12)
- (EN) = endangered; (NT) = near-threatened; (VU) = vulnerable
Opmerkingen bij deze soortenlijst:
1. Deze lijst bevat acht soorten die niet terug te vinden zijn in het officiële Wildwings-verslag van deze reis, omdat ze blijkbaar niet gezien werden door de reisleiders en auteurs van dat verslag. Deze soorten zijn: Grote Zaagbek, Oostelijke Zwarte Wouw, Steenuil, Rotszwaluw, Huiszwaluw, Kuifleeuwerik, Veldleeuwerik en Roek. Daarnaast bevat het ‘officiële’ reisverslag één soort die niet in ‘onze’ lijst is weerhouden, met name Isabelklauwier (Magic Wood, 12/5). De betrokken vogel was volgens ons immers geen Isabelklauwier maar wel een Bruine Klauwier van de ondersoort lucionensis. Ook de niet op soort bepaalde Niltava spec. die op 16/5 werd waargenomen in de tuinen van het Friendship Hotel is niet opgenomen in deze soortenlijst.
2. Twee soorten vallen op door hun afwezigheid:
- Aziatische Grote Zee-eend (stejnegeri); tot voor kort een algemene, talrijke doortrekker langs de kust van Beidaihe, maar sinds 2000 blijkbaar in steeds kleinere aantallen.
- Asian Dowitcher: ondanks een grondige zoektocht op de uitgebreide slikken in de omgeving van Happy Island, konden we deze soort nergens aantreffen.
3. Tijdens de periode 3-20 mei 2007 werden door andere vogelaars ook nog de volgende dwaalgasten (eveneens door de tyfoon vooruitgedreven ‘overshoots’ vanuit het zuiden en westen) waargenomen:
- Himalayan Swiftlet (Happy Island, 13/05)
- Bonte Tapuit (Sandflats, 10/05)
- Orange-headed Ground Thrush (Happy Island, 17/05 en Magic Wood, 18/05)
- Tickell’s Leaf Warbler (Lighthouse Point, 13/05)
- Russet Sparrow (Happy Island, 13/05)
4. Tot slot vermelden we hier ook nog drie waarnemingen van ‘aberrante’ phylloscopi:
- een ‘kroonboszanger’ met een immense snavel (dubbel zo lang en zwaar als normaal)
- een ‘bruine boszanger’ met een opvallende vleugelstreep (aan beide zijden)
- een ‘pallas boszanger’ zonder lichte stuit (zelfs geen licht veerrandje aan de stuitveren)
Gebruikte Referenties:
- Baker K. 1997. Warblers of Europe, Asia and North Africa. Christopher Helm, London, UK.
- Birding World: volume 4: p. 242-248 (Aug 1991); volume 5: p. 357-360 (Oct 1992); volume 8: p. 94-103 (Feb 1995); volume 14: p. 333-342 (Aug 2001); volume 14: p. 390-396 (Sep 2001); volume 18: p. 297-303 (Jul 2005); volume 18: p. 385-394 (Sep 2005).
- Byers C., Olsson U. & Curson J. 1995. Buntings and Sparrows. Picca Press, Sussex, UK.
- Clement P. & Hathway R. 2000. Thrushes. Christopher Helm, London, UK.
- Kanouci et al. 1998. Wild Birds of Japan. Yama-Kei Publishers Co. Ltd., Tokyo.
- Kirihara et al. 2000. 550 Birds of Japan (2 Volumes).
- MacKinnon J. & Phillipps K. 2000. A field Guide to the Birds of China. OUP, Oxford, UK.
- Robson C. 2000. A Field Guide to the Birds of South East Asia. New Holland, London, UK.
- Viney C., Phillips K. & Chiu Ying L. 1996. Birds of Hong Kong and South China.
- http://home.btconnect.com/wildwings/beidaihe.html
- http://www.sunbirdtours.co.uk/sunbirders/sunbirder_beidmay.html
- http://www.drmartinwilliams.com/beidaihe/beidaihelist.html
- http://www.wingsbirds.com/birdlists/chinabeimay05.html
contactadres: Peter Symens, Bosduinstraat 186, 2990 Wuustwezel (peter.symens@natuurpunt.be)
[1] Voor alle soorten die voorkomen op de West-Palearctische lijst wordt in dit verslag de Nederlandse naam gebruikt; voor alle anderen wordt de Engelse naam gebruikt.
[2] “China, a birdwatching holiday. May 2006”. Kostprijs: £15 (incl. post & package). Verkrijgbaar bij Roy Harvey, 37 Station Road, Grasby, Barnetby, Linconshire DN38 6AP, UK. (roy.harvey1@tiscali.co.uk; tel +44-1652-628385)