Deze twee kleine vogeltjes van onze streek zijn natuurlijk gemakkelijk te
herkennen aan hun zeer verschillende zang. Maar in het najaar en in de
winter zingen deze vogels niet en is het dus niet uit te maken om welke van
de twee het gaat.
In de volgende bijdrage wordt dit even verduidelijkt.
Topografie
Het is zeer belangrijk om de topografie van de vogels goed te kennen en de
verschillende veertjes of plekjes ook terug te vinden op een vogel in de
natuur. Daar kruipt heel wat tijd in, maar als men zich daar even op toelegt
kan men dit relatief op korte tijd.
De tertials zijn de armpennen het dichtst tegen het lichaam.
Als de vogel zijn vleugels dicht heeft bedekken ze de arm- en handpennen.
De handpenprojectie is het stuk van de handpennen bij een dichte
vleugel dat voorbij de tertials steekt.
Fitis en Tjiftjaf
De Fitis is een klein onopvallend vogeltje in het najaar. De adulte vogels
beginnen al begin augustus aan hun trek naar het zuiden en zijn dan in
september ook nog maar een weinig geziene verschijning. De 1ste winter
vogels beginnen hun trek naar het zuiden vanaf half augustus tot een heel
eind in september en kunnen dus gezien worden samen met de Tjiftjaf.
Dan wordt het een echte uitdaging om deze vogeltjes te herkennen.
|

fitis |

tjiftjaf |
De 1ste winter vogeltjes zijn vrij geel van kleur en vormen dus ook weer
niet dé echte uitdaging, maar die eenzame adulte vogel heeft ongeveer
dezelfde groenbruine kleur als de Tjiftjaf.
Een kenmerk dat altijd wordt gegeven is de pootkleur: bij Fitis licht e n
bij Tjiftjaf donker tot zwart. Dit is meestal het geval, maar mag niet als
een uitsluitend kenmerk worden beschouwd.
Het beste kenmerk voor Fitis en Tjiftjaf uit elkaar te houden is "de
lengte van de handpenprojectie".
Bij de Fitis is deze ongeveer evenlang als de lengte van tertials.
Bij de Tjiftjaf is deze ongeveer de helft van de lengte van de tertials.
Dit is het beste kenmerk om deze twee soorten uit elkaar te houden en na een
beetje oefenen is dit best te doen.
|
|
Zeldzaamheden
Als men in het najaar naar de kust gaat, ziet men deze soorten met honderden
op trek naar het zuiden.
Wel moet men opletten voor zeldzaamheden, want jaarlijks worden er aan de
Belgische kust echte dwaalgasten uit het Verre Oosten ontdekt.
De haven van Zeebrugge is waarschijnlijk de beste plaats om zo’n zeldzame
vogels te vinden.
Enkele voorbeelden die jaarlijks worden waargenomen zijn de Bladkoning en
Pallas’ Boszanger. Deze twee soorten komen van West-Siberië en zijn niet
groter dan een Goudhaantje of een Winterkoning.
Af en toe zitten er ook vogels tussen die heel veel lijken op onze
Tjiftjaf en onze Fitis. Dit blijken dan vaak ondersoorten te zijn uit andere
delen van Europa en/of Azië. En dan pas wordt het leuk om ze te leren
determineren.
|

typisch najaarsfitis |
Besluit
Het is regelmatig een waar festijn om vogels te kijken langs de Belgische
kust omdat het er dikwijls krioelt van de vogels.
Meestal gaat het om algemene soorten als roodstaarten, Goudhaantje,
Vuurgoudhaantje, Tjiftjaf, Bonte Vliegenvanger, Zanglijster en nog veel
andere.
Joris Elst
|