|
Het
tellen van het aantal Korhoenders in een bepaald gebied is een
makkelijke zaak. Niet alleen omdat Korhoenders vrij fors zijn er nog maar
weinig van rondlopen, maar ook omdat de hanen elk voorjaar op dezelfde
plekken in de hei bolderen.
Dat bolderen komt van de blazende geluiden die deze heren maken op
hun gemeenschappelijke bolderplaats. Ze leveren daar schijngevechten met
andere hanen om uit te maken wie de beste is.
Dat maken zij zelf niet uit, maar de hennen die op de bolderplaats
afkomen. Die zitten daar uiterlijk onbewogen de gevechtshandelingen gade te
slaan.
De hanen beschikken op de bolderplaats over een paarterritorium. Het is niet
duidelijk of de hennen aangetrokken worden door dat stukje gebied dat een
haan verdedigt, door de haan zelf, of dat ze langzamerhand binnen de grenzen
van een territorium worden gelokt.
Bij
sommige tropische vogels die zich ook gezamenlijk in de aanbieding gooien,
blijkt dat er wel degelijk verschil in kwaliteit van territoria is. De
binnenste territoria worden bezet door mannetjes die meer copuleren dan de
mannetjes in de randterritoria. Men haalde namelijk wat van die centrale
heersers weg en verving ze door randfiguren. Die waren even succesvol als
hun verwijderde voorgangers.
Mogelijk
kijken Kemphennen, dieren die ook naar een toernooiveld komen om een
mannetje uit te zoeken, iets meer naar de kwaliteiten van hun aanstaande
partners en gaan ze niet alleen af op de plek die een “vechtende” haan
in het lek inneemt. “Lek” is het Zweedse woord voor speelveld.
 |
Kemphanen
hebben een zelfde soort huwelijksmarkt als Korhoenders.
De Kemphanen die het meeste aantal paringen op die markt verwerven,
bezetten er verdedigen centrale territoria. Het is zonder meer aan een
mannetje in het voorjaar te zien of hij succesrijk middengebied in
bezit heeft, want die mannetjes bezitten een zwarte kraag.
Aan de randen van het lek hebben Kemphanen met witte kragen hun
paarterritorium.
Deze mannetjes (of hun territoria) zijn minder in trek bij de hennen,
maar geregeld paren er ook witkragen.
Een derde type mannetje, namelijk met de bruine kraag, beschikt
helemaal niet over een territorium. Dus kunnen ze ook geen hennetje in
hun gebied lokken, maar dat zegt niet dat ze niet zullen paren. Deze
mannetjes ontwikkelen een soort stiekem gedrag.
Terwijl territoriumhoudende mannetjes door allerlei opvallend gedrag
hennen hun gebiedje lokken en de paringsbereidheid van de hen
opwekken, stappen de bruine kereltjes zonder veel plichtplegingen op
een loslopende hen af en proberen zonder al dat inleidende gedoe te
paren. Dat lukt af en toe.
|
|
Theoretisch
is er voor het verschillende gedrag van hanen op een lek een
verklaring te vinden.
Het bezit van een kraagkleur en plaats op het speelveld is aanduidend
voor de kwaliteit van een bepaald mannetje en betere mannetjes zouden
ten koste van mannetjes van mindere kwaliteit hun status verwerven.
Maar dit hele gedoe met mooie jassen en betere territoria kan ook
betekenen dat het aantal nakomelingen en ook de kwaliteit daarvan
gelijk is aan wat er geproduceerd zou worden als elke vogel evenveel
kansen kreeg om zich voort te planten.
Er zit namelijk een risico aan het hebben van zeer opvallende
kenmerken en op gevaar wordt nauwelijks gelet als men drukke doende is
op het lek.
Hun opgewonden gedoe trekt roofdieren aan, maar die halen veeleer de
witte randmannen uit de markt dan de zwartgekraagde
centrummannen.
Je zou kunnen beredeneren dat de bruingekraagde territoriumlozen net
als de hennen het minste gevaar lopen en dus helemaal niet zo
onbelangrijk zijn als ze lijken. |
 |
Wat
voor de ene vogelsoort geldt, hoeft helemaal niet van belang te zijn voor
een andere soort. Ook het vergelijken van diergroepen is een riskante zaak.
Bij een bepaalde tropische kikker is vastgesteld dat opvallen uitvallen kan
betekenen. Op de paarplaatsen komen wel en niet kwakende mannetjes. De
kwakers lokken de vrouwtjes en hebben meer paringen, maar de niet-kwakers
paren ook. Als het alleen van de stommen afhing, kwamen er geen vrouwtjes
naar de paarplaats. De kwakers lokken echter niet alleen wijfjes, maar ook
vijanden.
Onder andere bepaalde vleermuizen laten zich leiden door het geluid van een
kwaker om hem te pakken.
Misschien
zijn de bruine Kemphanen te vergelijken met de niet-kwakende kikkermannen.
Lang niet zo sullig of onbelangrijk als men op het eerste zicht zou
aannemen.
Wat
het tellen van Korhoenders betreft: het aantal hanen is ongeveer gelijk aan
het aantal hennen. In het voorjaar hoeft men alleen maar het aantal hanen te
tellen en dat met twee te vermenigvuldigen.
Helaas
geldt dat niet meer voor onze populatie.
Herman Jacobs
vogels@noorderkempen.be
|