|
Nestblijvers
komen of met een plukje dons of geheel naakt op de wereld. Ze kunnen
nog nauwelijks iets behalve hun bek wijd open doen zodat de ouders
daar voer in kunnen stoppen.
Nestblijvers vind je onder zangvogels, holenbroeders,
uilen en roofvogels. De jongen moeten gekoesterd en warm gehouden
worden en dat duurt in sommige gevallen net zolang als het broeden
zelf. In tegenstelling tot nestvlieders komen nestblijvers zeer
onvolledig op de wereld en het duurt zelfs een paar dagen voor ze de
ogen kunnen openen.
Toch worden ze dan al gevoerd, een handeling die ze
zelf bij hun ouders uitlokken door spontaan de hals te strekken en
de bek open te doen. Sperren heet deze handeling. De geopende bek
van een nestblijvertje is een indrukwekkend en niet mis te verstaan
kleursignaal. De binnenkant van de bek is fel gekleurd, bij
koolmezen bijvoorbeeld geel, en zelfs in dat donkere nest valt dat
goed op!
Hier moet voer in, betekent dat!
De jonge vogels schreeuwen ook om voer. De ouders
kunnen deze signalen, dit gebedel niet weerstaan en je mag best van
chantage van de jongen spreken.
|

jonge koolmezen: nestblijvers |
|

jonge grutto: nestvlieder |
Na een paar dagen sperren de meeste vogels niet meer
spontaan, maar alleen als er een signaal door de ouders wordt
gegeven. Dat kan bij een spechtenest bijvoorbeeld zijn dat het
lichte nestgat door de binnenkomende oudervogel wordt verduisterd.
Trilling veroorzaakt door een op het nest landende oudervogel wekt
ook sperren op en uit allerlei proeven is gebleken dat de jonge
vogels ook sperren naar aanleiding van het verschijnen van één van
de ouders, of iets dat daarop lijkt, bijvoorbeeld een uitgeknipt
kartonnetje.
Alle jongen in een nest sperren bij de aankomst van
een oudervogel en die heeft uiteraard niet genoeg voer bij zich om
alle jongen iets te geven. Toch bestaat er geen gevaar dat één van
de jongen voortdurend voer krijgt toegestopt en de andere niet omdat
een jong dat net iets gegeten heeft nét iets later spert bij de
volgende aanvoer dan zijn nog hongerige broertjes en zusjes.
De ouder stopt het voer in de bek die het eerst
spert. Met dat systeem krijgt iedereen evenveel. Een jong dat
verzwakt is of ziek of achter in ontwikkeling omdat het de laatst
geborene is, wordt steeds overgeslagen en sterft. Daarmee maakt het
ruimte voor een gezonde ontwikkeling van de resterende jongen. Dit
is zeer belangrijk als de ouders niet in staat zijn, bijvoorbeeld
door slecht weer, voldoende voedsel voor allemaal aan te slepen.
|
De periode dat er voer voor de jongen moet worden
aangesleept, is voor de vogels de drukste in hun leven. Als je de tijd
bijhoudt hoe dikwijls een koolmezenstel op het nest verschijnt met voer, kom
je tot het verbazingwekkend aantal van 1 tot 4 minuten en dit zolang het
licht is !
Veel jonge vogels halen de vliegbare leeftijd niet en van
degenen die het wel halen sneuvelt door onervarenheid of gebrek aan een
geschikte plaats om te leven in het eerste levensjaar, een zeer hoog
percentage. Bij nestvlieders gaat zelfs het grootste percentage in de eerste
levensweken verloren ten gevolge van roofdieren. Verloren?? NEE. Deze
kuikens vormen weer het voer van de jongen van deze “roofvogels” zoals
meeuwen, kraaien, …
In de natuur gaat niets verloren. Bijna niets gaat ook zonder
strijd verloren. Oudervogels zullen hun nesten met dapperheid of listen
verdedigen. Denk maar aan de wilde eend die doet alsof hij gewond is om daar
te aanvaller van de jongen wel te lokken.
Herman Jacobs
vogels@noorderkempen.be
|