Al sinds
mensen vogels zijn gaan bestuderen, was er een grote interesse voor
zeldzaamheden. Dit is
waarschijnlijk te verklaren omdat mensen altijd meer en meer willen zien.
Bij de term zeldzaamheid moet men onmiddellijk wat onderverdelingen maken.
Ten eerste zijn er echte dwaalgasten, dit zijn vogels die
“toevallig” terecht zijn gekomen in een bepaald gebied en ten tweede
heeft men soorten die men regelmatig ziet, maar veel minder dan de gewone
soorten. Zo zijn er soorten
zoals bijvoorbeeld de Rode Wouw die door België trekt, maar toch niet veel
wordt waargenomen.
IJsvogeltjes zijn eigenlijk een normale verschijning in Vlaanderen, maar
omdat ze zich zo snel verplaatsen en de trefkans vrij klein is, wordt er ook
gesproken over een zeldzamere soort.
Hetgeen ik vooral wil bespreken zijn de soorten uit de eerste categorie, de
echte dwaalgasten.
|

rode wouw
|
Deze
soorten zijn veel minder toevallig dan de meeste mensen denken.
Op het eerste zicht lijkt het wel heel toevallig dat een vogeltje uit
centraal Siberië zoals bijvoorbeeld het Bladkoninkje in onze streek wordt
waargenomen, maar als men er dan de Europese waarnemingen van deze soort op
na slaat dan zal men zien dat er een echt patroon in de waarnemingen zit.
Deze oostelijke dwaalgasten hebben waarschijnlijk te kampen met het
fenomeen van de “reversed migration”.
Dit wil zeggen dat de vogels juist in de tegenovergestelde richting
wegtrekken dan ze normaal zouden moeten doen. Dus het Bladkoninkje moet
normaal overwinteren in Zuidoost Azië en moet dus in zuidoostelijke
richting wegtrekken, maar een aantal trekken in noordwestelijke richting
weg. Zo komen ze boven in
Scandinavië terecht of in West Rusland, daar botsen ze tegen de zee, en
buigen af West-Europa in. Op
deze manier komen deze vogeltjes van amper 11 cm in België, Nederland en
andere Europese landen terecht.
Soorten
zoals het Bladkoninkje zijn dan ook meestal langs de kust te vinden, die ze
dan volgen. In het najaar wordt
er dan ook door vele mensen gewacht tot deze attractieve vogeltjes weer in
ons land zijn, specifiek voor het Bladkoninkje is de periode eind
september-begin november uiterst geschikt.

pallas boszanger
|
Andere
soorten die men in die periode kan verwachten uit dezelfde regio zijn :
Grote Pieper, Roodkeelpieper, Bruine Boszanger, Raddes Boszanger, Noordse
Boszanger, Pallas boszanger, Kleine Vliegenvanger,…
In
deze periode is er aan de kust regelmatig van alles te zien.
Uit bovenstaande lijstje zijn de Bladkoning, de Grote Pieper,
Roodkeelpieper en de Pallas Boszanger de meest voorkomende soorten.
Van
deze soorten worden er jaarlijks enkele waargenomen.
|
Dan
heb je nog de soorten zoals het Kleinst Waterhoen, die echte zwervers zijn
en waar het geschikt is blijven om te broeden.
Zo was het in Spanje, tijdens het eerste jaar dat het Kleinst
Waterhoen op het Groot Schietveld broedde zeer droog, terwijl een Kleinst
waterhoen toch natte biotopen prefereert en dus verder vliegt tot het een
geschikt biotoop vindt, dit is natuurlijk wel wat simpel uitgelegd, maar
daar komt het in wezen op neer.

kleinst waterhoen
|
|
Andere
soorten die ook in deze categorie thuis horen of die ook bij ons worden
gezien omdat ze rondzwerven, meestal omdat het jongere vogels zijn die nog
niet tot broeden komen : Steltkluut, Slangearend, Dwergarend, …
De
laatste categorie zijn transatlantische dwaalgasten, soorten die uit Amerika
tot hier komen. Jaarlijks
worden zelfs in België soorten waargenomen uit Noord-Amerika, meestal
betreft het hier steltlopers en eenden, maar in zeer zeldzame gevallen zelfs
om zangvogeltjes, dit laatste is in België nog maar één keer
voorgevallen.
De
soort die het meest wordt gezien is de Gestreepte Strandloper, hiervan
worden jaarlijks toch 1 à 2 exemplaren gezien in België.
Andere
soorten zijn : Amerikaanse Smient, Ringsnaveleend, Blauwvleugeltaling,
Bonapartes Strandloper, …
|

bairds strandloper
|

roodoogvireo |
De
enige zangvogel uit Amerika ooit in België waargenomen, is de Roodoogvireo
in Blankenbergen 1995. Dit was
in een jaar dat er in Engeland meer dan 20 exemplaren werden gezien.
Soorten
zoals de Rode Wouw zijn zeldzame doortrekkers, deze soorten kan men elk jaar
verwachten, met al de hierboven vernoemde soorten gaat dat zeker niet.
Andere
soorten die tot deze categorie behoren zijn : Grauwe Kiekendief, Visarend,
Zwarte wouw, Draaihals, Duinpieper, … |
Ik
hoop dat ik hiermee een beetje verduidelijkt heb dat zeldzaamheden vinden
niet alleen puur geluk is, maar ook een beetje kennis van
verspreidingskaarten en data, weersvooruitzichten, en vooral determinatie
van deze soorten.
Al
deze soorten zijn zeker te herkennen, maar je moet al wel een hele tijd met
vogels bezig zijn om je hieraan te wagen, want het vraagt een zekere
basiskennis van onze eigen soorten om de zeldzaamheden te herkennen.
Joris
Elst
|