|
Overzichten per seizoen: herfst 2009 (september, oktober, november) |
|
Het najaar is steeds weer een boeiende periode om vogels te kijken. Grote aantallen vogels vliegen van hun broedgebied naar hun overwinteringsgebied en passeren daarbij door onze regio. Deze herfst zal echter de geschiedenis ingaan als een zwak trekseizoen. Het werd gekenmerkt door relatief veel dagen met NO-wind. Op die dagen was er wel veel trek, maar toch vielen de tellingen wat tegen. Onderzoekers die zich bezighielden met radarwaarnemingen konden ons echter vertellen dat er op de radar wel massaal veel vogeltrek te zien was. De vogels vlogen echter zo hoog dat dit niet met het oog waarneembaar was. Steltlopers waren er deze periode veel aanwezig, omdat er in september en oktober nog grote slikranden aanwezig waren op een aantal heidevennen. Er werden zelfs enkele zeldzame soorten ontdekt. November werd gekenmerkt door een sombere, zeer natte maand met hoge dagtemperaturen. Dit laatste geldt trouwens voor het hele najaar. Dodaars (Tachybaptus ruficollis) was de hele periode geregeld te zien met een max. van 15 exn. op het Stappersven. Eind sept. werd de laatste Geoorde Fuut (Podiceps nigricollis) waargenomen, eveneens op het Stappersven.
In september en oktober werden regelmatig overtrekkende groepen Aalscholvers (Phalacrocorax carbo) waargenomen. Op 10 okt. vloog een Kleine Zilverreiger (Egretta garzetta) over het Groot Schietveld. Grote Zilverreigers (Egretta alba) blijven het goed doen, ook nu werden op een aantal plaatsen in de regio weer geregeld enkele exn. waargenomen. Begin november vlogen er enkele malen kleine groepjes Kleine zwanen (Cygnus bewicki) over de telposten van het Groot Schietveld en de Kalmthoutse Heide. Leuk was de waarneming van 2 Wilde Zwanen (Cygnus cygnus) over Wuustwezel-Gooreind op 20 nov. Op 8 november vloog ook nog een exemplaar over het Groot Schietveld. De eerste Toendrarietganzen (Anser fabalis rossicus) vlogen op 10 okt. over de regio. Nadien pleisterden kleine groepjes op enkele plaatsen. Bij Hopmeer waren op 8 nov. echter al 340 exn. aanwezig. Opmerkelijk was hier ook de aanwezigheid van een Kleine rietgans (Anser brachyrhynchus) op 15 en 21 nov. Over de telpost van het Groot Schietveld vloog op 16 okt. ook een groepje van 6 exn. Kleine rietgans over. De eerste Kolganzen (Anser albifrons) werden begin okt. in de regio gesignaleerd. Half nov. waren er reeds 870 exn. aanwezig bij Hopmeer. Het is toch vrij opmerkelijk dat er reeds half nov. zo’n aantal van de winterpopulatie aanwezig is. De ganse periode waren er op heel wat plaatsen weer pleisterende Grauwe ganzen (Anser anser) waargenomen. Maximaal een 150-tal exn. werden waargenomen in Hopmeer. Op 30 okt. was een wijfje Casarca (Tadorna ferruginea) aanwezig op het recentelijk door Natuurpunt aangekochte Stappersven. Bij deze soort wordt er echter meestal aangenomen dat het gaat om ontsnapte exemplaren. Op 14 sept. werden de eerste Smienten (Anas penelope) waargenomen op ditzelfde ven. Eind nov. was dit aantal aangegroeid tot een kleine 50 exn. Wintertaling (Anas crecca) was dit najaar weer een talrijke verschijning en werd op heel wat waterplassen waargenomen. Het Stappersven had met een max. van 141 exn. de grootste aantrekkingskracht op deze soort. Pijlstaarten (Anas acuta) werden maar af en toe gemeld en steeds in kleine aantallen. Bijna alle waarnemingen gebeurden op het Stappersven, waar eind nov. een 40-tal exn. aanwezig waren. Op 9 sept. was nog een late Zomertaling (Anas querquedula) aanwezig op ditzelfde ven. Slobeenden (Anas clypeata) waren dit najaar eerder in kleine groepen aanwezig. Traditioneel is het Stappersven de beste plaats voor duikeenden in de regio. Dit was dit najaar ook niet anders. De hele periode waren hier kleine groepen Tafeleenden (Aythya ferina) aanwezig alsook de meeste Kuifeenden (Aythya fuligula) werden hier gezien, doch steeds in kleine aantallen.
De hele periode waren Brilduikers (Bucephala clangula) aanwezig op de Putse Moer en het Stappersven met een max. van 4 exn. Opmerkelijk was de waarneming van 3 overvliegende Grote zaagbekken (Mergus merganser) op 6 nov. Reeds op 5 sept.!! waren ook 3 exn. aanwezig op het Stappersven.
De laatste Wespendief (Pernis apivorus) vloog op 9 okt. over de regio. Op 5 sept. en 10 okt. vloog er nog een Zwarte wouw (Milvus migrans) over de Kalmthoutse Heide. In totaal werden in oktober 10 (w.o. mogelijke dubbeltellingen) overvliegende Rode wouwen (Milvus milvus) gemeld in de Kalmthoutse Heide en het Groot Schietveld. Bruine kiekendieven (Circus aeruginosus) werden tot eind sept. geregeld waargenomen boven de heidevelden. De eerste Blauwe kiekendief (Circus cyaneus) werd pas op 10 oktober in de regio gemeld. Dit is toch merkbaar later dan andere jaren. Gedurende deze periode werden slechts 2 Visarenden (Pandion haliaetus) waargenomen. Een ex. zat op 23 sept. in een boompje bij het Stappersven en nog een ex. vloog op 10 okt. over de Kalmthoutse Heide. Het eerste Smelleken (Falco colombarius) werd op 6 sept. waargenomen op het Groot Schietveld. Daarna volgden er nog regelmatig waarnemingen van deze soort op het Groot Schietveld en in de Kalmthoutse Heide. De laatste Boomvalk (Falco subbuteo) vertrok naar het zuiden op 8 okt. Slechtvalken (Falco perigrinus) zijn de laatste jaren sterk in opmars. Dit was ook merkbaar in onze regio, zeer geregeld kwamen waarnemingen van deze soort binnen.
Er kwam slechts 1 melding binnen van Patrijs (Perdix perdix). Zoals al langer geweten gaat het zeer slecht met deze soort, die zich zoals de meeste weidevogels, moeilijk kan aanpassen aan de intensieve landbouw. Op 2 sept. was nog een Kwartel (Coturnix coturnix) aanwezig op het Groot Schietveld. Op 6 november trok een groep van 28 Kraanvogels (Grus grus) over het Groot Schietveld. Kleine plevieren (Charadrius dubius) waren tot laat in okt. geregeld te zien op slikranden langs verschillende heidevennen. In sept. en okt. verbleven er ook geregeld enkele Bontbekplevieren (Charadrius hiaticula) bij het Dodenmeer op het Groot Schietveld en bij het Stappersven. Bijzonder waren de waarnemingen van een overvliegende Zilverplevier (Pluvialis squatarola) op het Groot Schietveld op 29 okt. en 6 nov. Leuk was het feit dat er dit najaar ook enkele Kleine strandlopers (Calidris minuta) in de regio verbleven. Op 5 sept. liepen er 2 exn. rond op het Groot Schietveld en op 5 sept. en 9 okt. was 1 ex. aanwezig op de slikrand van het Stappersven. Geregeld werden solitaire Bonte strandlopers (Calidris alpina) waargenomen bij het Dodenmeer en het Stappersven. Op deze laatste plaats waren op 19 sept. zelfs 5 exn. aanwezig. Kemphaan (Philomachus pugnax) was maar een zeer schaarse doortrekker.
Watersnippen (Gallinago gallinago) waren in grote getale aanwezig. Bij het Stappersven werden groepen van meer dan 60 exn. waargenomen. Opvallend was dat er slechts enkele Houtsnippen (Scolopax rusticola) werden waargenomen. Door de aanwezigheid van slikranden langs de heidevennen waren er dit najaar opvallend meer waarnemingen van Zwarte ruiters (Tringa erythropus). De soort werd vooral waargenomen bij de Putse Moer en het Stappersven bij de Kalmthoutse Heide en bij het Dodenmeer op het Groot Schietveld. Een zeer knappe ontdekking was deze van een juveniele Poelruiter (Tringa stagnatilis) bij het Stappersven. De vogel werd hier waargenomen tussen 9 en 24 sept. Groenpootruiter (Tringa nebularia) was ook veel talrijker dan normaal, doch steeds in vrij kleine aantallen. Ook Witgatje (Tringa ochropus) kunnen we omschrijven als een talrijke gast. Bosruiter (Tringa glareola) was wat schaarser maar werd toch nog geregeld waargenomen op een aantal heidevennen. Ditzelfde geldt ook voor Oeverloper (Actitis hypoleucos).
IJsvogels (Alcedo atthis) waren minder waargenomen dan voorgaande jaren. Draaihalzen (Jynx torquilla) werden in sept. geregeld gemeld op het Groot Schietveld, in de Kalmthoutse Heide en op de Nol te Essen (hier zelfs enkele ringvangsten). Het dagmaximum op het Groot Schietveld bedroeg 5 exn !!! Op 19 sept. en 29 okt. vloog er telkens een Grote Pieper (Anthus richardi) over resp. het Groot Schietveld en de Kalmthoutse Heide. Op het Groot Schietveld verbleven in sept. ook enkele Duinpiepers (Anthus campestris). Op 1 sept. waren 2 exn. aanwezig en 1 ex. foerageerde in het gebied van 7 t.e.m 8 sept. Op 28 sept. vloog een Roodkeelpieper (Anthus cervinus) over de Kalmthoutse Heide. Opvallend was dat er weinig Waterpiepers (Anthus spinoletta) werden gesignaleerd. Op 13 nov. werd er op het Groot Schietveld een Noordse Gele Kwikstaart (Motacilla flava tunbergi) geringd. Paapjes (Saxicola rubetra) trokken in sept. geregeld door de regio. Zo waren er op het Groot Schietveld op 7 sept. niet minder dan 38 exn. aanwezig. Het laatste ex. was aanwezig in de regio op 2 okt. Ook Tapuiten (Oenanthe oenanthe) waren tot begin okt. geregeld aanwezig, maar in veel kleinere aantallen. Beflijsters (Turdus torquatus) werden geregeld gemeld op het Groot Schietveld en de Kalmthoutse Heide. De laatste 2 exn. vlogen over op 7 nov.
Op 11 september werd een exemplaar van de zeldzame Sperwergrasmus (Sylvia nisoria) geringd op de Nol te Essen. Deze zeldzame doortrekker werd nog maar enkele keren in de regio waargenomen.
Op 7 en 11 sept. telkens een ringvangst van een Snor (Locustella luscinoides) genoteerd op de Nol te Essen. Toch wel opmerkelijk was de ringvangst van een Cetti’s Zanger (Cettia cetti) op het Groot Schietveld op 20 sept. Nog merkwaardiger was de aanwezigheid van een Siberische Tjiftjaf (Phylloscopus collybita tristis) in ditzelfde gebied op 31 okt.. Op 25 sept. een ringvangst van een Bladkoninkje (Phylloscopus inornatus) op de Nol te Essen. De eerste Klapekster (Lanius excubitor) werd waargenomen op 18 sept. Op het Groot Schietveld en de Kalmthoutse Heide verbleven max. 3 exn. Op het Klein Schietveld werd geregeld 1 ex. waargenomen, maar hier werd geconstateerd dat de vogels niet lang bleven pleisteren. Op 17 okt. vloog een Europese Kanarie (Serinus serinus) over het Groot Schietveld.
In de naaldbossen van het Groot Schietveld, het Klein Schietveld en de Kalmthoutse Heide werden geregeld enkele Kruisbekken (Loxia curvirostra) opgemerkt. Uitzonderlijk was de waarneming van 3 Grote Kruisbekken (Loxia pytyopsittacus) in een tuin te Wuustwezel-Gooreind op 2 nov. Alle kenmerken zoals de dikke kop, de “stierennek” en de zware snavel werden goed waargenomen. In sept. en okt. werd er sporadisch Goudvink (Pyrrhula pyrrhula) gemeld in de Kalmthoutse Heide. Op 3 en 8 nov. vloog er telkens een IJsgors (Calcarius lapponicus) over resp. de Kalmthoutse Heide en het Groot Schietveld. Waarnemers: Jos Cox, Wim De Bock, Jef De Ridder, Steven De Saeger, Koen Dierckx, Huub Don, Joris Elst, Bert Goyens, Jos Jacobs, Louis Jacobs, Herman Jacobs, Jean Jordaens, Ignace Ledegen, Jos Keuppens, Karel Molenberghs, René Nelen, Bruno Nef, Herman Nuytemans, Joris Pinseel, Walter Sluis, Toon Spanhove, Paul Snels, Dirk Swaenen, Dirk Symens, Peter Symens,Marnix Thibaut, Wim Vandenbergh, Cel Van Hooydonck, Cees Van Laerhoven, Leo Vanwesenbeeck, Wouter Vanwesenbeeck, Glenn Vermeersch, Koen Verschoore, Michel Viskens, Herman Voet, Bernd Willaert, Ludo Wens Samenstelling: Wouter Vanwesenbeeck |
|
[home][contact] |