| Over spinnen en Rode lijsten |
|
Van Rode prijzen wordt verwacht dat ze de
verkoop van een consumptieproduct gaan stimuleren door dat product in de
kijker te plaatsen. Rode lijsten zijn in het natuurbeleid uitgegroeid tot
een instrument om gebieden en soorten te beschermen door de bedreiging ervan
openbaar te maken.
1. Geschiedenis van de Rode lijsten Het Red data book van 1966 gepubliceerd door
het IUCN (The World Conservation Union) gaf als eerste een overzicht van
wereldwijd bedreigde zoogdieren en vogels. De Vlaamse Rode lijst onderscheidt 7 à 9 categorieën, gaande van uitgestorven(0), met uitsterven bedreigd(1) tot onvoldoende gekend(?) en niet bedreigd(N). Deze categorieën werden opgemaakt op basis van trend- en zeldzaamheidscriteria. Rode lijstsoorten zijn soorten die vallen tussen kwetsbaar(3) en uitgestorven(0).
2. Spinnen op de rode lijst en beschermd In 1998 werd een Rode lijst van spinnen in Vlaanderen gepubliceerd. Hieruit blijkt dat van de ongeveer 600 spinnensoorten slechts de helft niet bedreigd is. Ondanks eeuwenlange heksenjachten zijn huisspinsoorten blijkbaar niet te verdelgen en behoren tot de meest algemene soorten. Zoals bij vele andere diersoorten en planten is het niet zozeer de jacht die een soort schaars maakt, maar wel het achteruitgaan van geschikte milieus. De meest bedreigde soorten hebben als habitat voedselarme graslanden, bossen, heidegebieden en allerlei natte gebieden. Het meest bedreigde deel van de biodiversiteit aan spinnen is vooral aanwezig op zandgronden (Duinen en Kempen). In de Kempen zijn Limburg en de Noorderkempen het rijkst aan bedreigde soorten. Zo telt het complex Kalmthoutse Heide - Groot Schietveld een indrukwekkend aantal rode lijstsoorten. In het Vlaamse gewest zijn 4 spinnensoorten wettelijk beschermd:
3. Spinnen waargenomen in de Noorderkempen Van deze 4 soorten werden door leden van Natuurpunt-Noorderkempen in 2000 de Gewone Mijnspin op 2 plaatsen en in 2000-2001 de Gerande Oeverspin op 3 verschillende plekken in de Kalmthoutse Heide waargenomen (zie De Korhaan oktober 2000 en oktober 2001 en nieuwe waarneming in september 2001 ontvangen van Dré Vansteenvoort). Beide soorten verkiezen nochtans een volledig verschillend habitat. De Gerande Oeverspin leeft aan voedselarme plassen en moerassen, vooral aan vennen en hoogvenen. De Gewone Mijnspin daarentegen heeft een losse zandbodem nodig om zijn woonbuis in de bodem te kunnen graven en dit bij voorkeur langs onbeschaduwde zuidhellingen met lage vegetatie (graspollen). Deze twee soorten milieus zijn gelukkig nog (overvloedig) aanwezig in onze Noorderkempen. We kunnen veronderstellen dat het hoge waterpeil van de laatste jaren gunstig is voor de Gerande Oeverspin. De Waterspin is de enige spinnensoort die bijna zijn hele leven onder water doorbrengt en hoort dus bij de waterdieren. Bij inventarisaties te land is het onmogelijk ze te vinden, maar ze is zeker aanwezig in onze wateren . De Wespspin is meer een zuidelijke soort die zich uitbreidt naar het noorden. Via Limburg heeft ze reeds Nederland bereikt. Waarnemingen van deze spin in onze streken zijn ons niet bekend.
Literatuur: Natuurrapport 1999 - Instituut voor
Natuurbehoud
Michaël Vandevenne
|
|
[home][contact] |