De Struiksprinkhaan (Leptophys punctatissima) ... een nieuwkomer in de Noorderkempen?


Inleiding
Michaël Vandevenne vond tijdens de zomer van 2001 een vrouwelijk exemplaar in zijn “wilde tuin”. In september en oktober ontdekte ikzelf (en vooral mijn 2 dochtertjes) niet minder dan 3 exn (2 wijfjes en 1 mannetje) in mijn eigen tuin (met o.a. een wilde wei en inheemse struiken).
Toen ik de “Voorlopige Atlas” raadpleegde viel me op dat deze soort nog niet bekend was in het noorden van de provincie Antwerpen.

Was deze soort hier een nieuwkomer … of hadden we haar al die jaren over het hoofd gezien ?

 

Beschrijving
Het lichaam van deze bolle, groene sabelsprinkhaan is dicht bezaaid met kleine donkere puntjes. Ze bezitten zeer lange dunne antennes. Het lichaam is lichtgroen gekleurd. Het halsschild is aan de zijkant afgezet met een lichte streep. Bij het mannetje loopt over de bovenzijde van het achterlijf vaak een bruine streep. Doordat de vleugels sterk verkort zijn, kunnen de dieren niet vliegen.

Struiksprinkhaan, mannetje

Levenscyclus
De eieren worden één voor één afgezet, bij voorkeur in de zachte schors van bomen als Vlier en Esdoorn. Dit gebeurt vooral ‘s nachts, meestal op 1 meter boven de grond. Het wijfje legt gemiddeld 120 eieren (soms tot 250). De meeste nimfen verschijnen het daaropvolgende voorjaar in de maand mei, bij lage temperaturen overwinteren ze nog eenmaal. De nimfen vervellen zes maal tot ze volwassen zijn. Dit is meestal van begin juli tot begin november. Waarschijnlijk leven de volwassen dieren niet langer dan een maand.

 

Biotoop
Ze leven in allerlei biotopen met verspreid staande stuiken of bomen zoals bosranden, hagen, struwelen, parken en tuinen. Ook op struiken en lage bomen op de hei en de duinen komen ze voor.

Zang
De mannetjes en de wijfjes maken beiden een kort, hoog geluid dat alleen met behulp van een bat-detector kan gehoord worden.

Voedsel
De Struiksprinkhaan is een herbivoor. De jonge dieren zitten vooral op kruiden en lage struiken. Deze eten vooral bloeiwijzen en blad van zachte kruiden. De oudere nimfen en imago’s (volwassen dieren) immigreren naar de boomlaag waar ze leven van de bladeren van o.a. berk, eik en bramen.

Verspreiding

Door hun korte vleugels kunnen ze niet vliegen. Verspreiding van de soort kan voorkomen door transport van eieren, nymfen of imago’s met plantenmateriaal.

Voorkomen in België
Deze cultuurvolger is niet bedreigd en komt in vrijwel het hele land algemeen voor, maar vrij zeldzaam in de Ardennen.
Toch merken we in de provincie Antwerpen grote leemtes in de verspreiding. De vondsten van dit jaar vullen de verspreiding verder aan naar het noorden toe. Op onderstaand kaartje kun je verspreiding van naderbij bekijken.
De verspreiding in de Kempen is nog vrij onduidelijk.


Deze kaart werd met toestemming overgenomen uit ‘De voorlopige atlas en “rode lijst” van de sprinkhanen en krekels van België”.
Waarvoor onze dank

Þ      Interessante literatuur omtrent Sprinkhanen: 

*         Decleer, K., Devriese H., Hofmans, K., Lock, K., Barenburg, B. & Maes, D., 2000, Voorlopige atlas en “rode lijst” van de sprinkhanen en krekels van België (Insecta, Orthoptera); Werkgroep Saltabel i.s.m. I.N. en K.B.I.N, Rapport Instituut voor Natuurbehoud 2000/10, Brussel, 75 p.

 Voor inlichtingen, waarnemingen of andere gegevens mail naar insecten@noorderkempen.be 

Joris Pinseel

 

[home][contact]