De Gierzwaluw (Apus  apus)

gierzwaluw in vlucht

In feite verdient de Gierzwaluw de eretitel “koning der vogels”, want hij is de vliegkunstenaar bij uitstek. Bovendien brengt hij bijna zijn hele leven in de lucht door. Hij is ook het best aangepast aan dit luchtleven. Hij doet alles vliegend: eten, drinken, nestmateriaal verzamelen, slapen en paren.
Enkel voor het broeden gaan zowel het mannetje als het wijfje op het nest zitten. Zij doen dit om beurten. Gedurende de broedperiode voeden zij elkaar.
Als de jongen zijn uitgekomen blijft ze ook bij haar kroost overnachten, terwijl de heer des huizes met zijn kompanen hoog in de lucht overnacht.

Begin mei zie je de grote zwermen boven de huizen scheren. Hun lichaam is perfect gestroomlijnd: een kort spoelvormig lichaam (net een torpedo), een brede platte kop die tussen de schouders kan getrokken worden en ogen die, langs de snavelkant, afgeschermd worden door gestroomlijnde “stofborstels” opdat hun ogen niet zouden worden beschadigd gedurende hun snelle duikvluchten. 
Hun korte pootjes, waarmee ze alleen maar wat kunnen strompelen, zitten min of meer verstopt in hun achterlijf. De vier tenen, voorzien van zeer stevige klauwen, wijzen alle naar voren en fungeren als grijpinstrument om zich vast te klampen aan verticale wanden.
 

Men vertelt soms dat Gierzwaluwen die op de grond zijn terechtgekomen niet meer kunnen opstijgen, maar dit is een fabeltje. Het kost hun wel behoorlijk wat moeite, maar het gaat.
De vleugels zijn zeer lang, langer dan bij de overige zwaluwsoorten en de vleugelpunten zijn naar achter gericht, zodat tijdens het vliegen de vorm van een sikkel vertonen. Lange glijvluchten wisselen ze af met zeer snelle, korte vleugelslagen.

Hun naam hebben ze te danken aan het geluid dat ze maken: het scherpe “srie-geschreeuw” doet denken aan een gierend geluid. Zowel hun snelheid als hun geluid hebben geleid tot de naam “Gierzwaluw”.

(Gieren =  1 schreeuwen, gillen;  2 met een zwaai wenden en dan in een andere richting voortgaan.) 

Snelheid inderdaad, want ze vliegen gemakkelijk met een snelheid van 120 km per uur en in duikvlucht bereiken ze snelheden van meer dan 200 km per uur. Vandaar de noodzaak van de veertjes die de ogen beschermen.
De Gierzwaluw voedt zich uitsluitend met insecten die zich in de lucht bevinden. Hij grijpt daarbij ook spinnetjes die aan een spindraad door de lucht zweven.

gierzwaluw

Meestal kiest hij de hogere luchtlagen uit als jachtgebied en laat hij de lagere regionen over aan de huis- en boerenzwaluwen.
Ze zijn een erg sociaal volkje. Ze broeden meestal in kolonies van 10  tot 30 paren.
Grote kolonies treft men zelden aan. Integendeel, de grootte van de kolonies vermindert door het feit dat de vogels geen geschikte nestplaatsen meer vinden.  

De nesten bevinden zich in holen en spleten in daken van torens, kerken, scholen, enz.
Door het slopen en renoveren van gebouwen verdwijnen jaarlijks vele nestplaatsen want de nieuwbouw die ervoor in de plaats komt biedt geen enkele nestgelegenheid. De bouwstijl is zonder inhammen of uitsteeksels en daardoor nefast voor de Gierzwaluwen.
Gelukkig zijn er nu fabrikanten van pannen die “Gierzwaluwpannen”, speciaal voor deze vogels,  maken. Dit zijn pannen die voorzien zijn van een invliegopening, waardoor de vogels onder de pannen kunnen komen. Er bestaan ook al verschillende modellen “neststenen”.   

De vogels hebben een open ruimte onder de nestopening nodig, want ze komen aanvliegen in een opwaartse boog.
Het nest zelf betekent wordt door beide gebouwd. Zodra het wijfje aangekomen is, en na de balts, wordt gestart met de bouw, maar beide partners bouwen naar eigen goeddunken apart aan hetzelfde nest.

Het mannetje heeft op voorhand een nestplaats uitgekozen en het wijfje nadert schoorvoetend om kennis te maken. Eerst neemt het mannetje een dreighouding aan, kop laag en slaan met de vleugels. Het wijfje neemt daarop een “onderdanige” houding aan: zij keert haar kop en snavel naar boven, toont het mannetje haar onbeschermde witte keel en nodigt hem uit haar veren te poetsen.

Na de balts starten beide met de bouw van het nest.
Meestal wordt het nest van het vorige jaar wat bijgewerkt.
Is dit nest toevallig reeds bezet door een mus of een spreeuw, dan worden ze agressief. Aanvankelijk slagen de kapers erin om de Gierzwaluwen te verjagen, maar deze laatste vallen steeds opnieuw aan en uiteindelijk moeten de bewoners het veld ruimen.

Eventuele eieren worden overboord gekieperd en als er jongen zijn worden ze buiten gegooid ofwel in stukken gepikt en in de nestwand verwerkt.

Alles wat de wind in de lucht meevoert wordt gebruikt als nestmateriaal. Zo heeft men ooit waargenomen dat een Gierzwaluw een levende vlinder meebracht om in zijn nest te verwerken. 

De zwaluwen plakken het aangevoerde nestmateriaal aaneen met hun speeksel. Zij houden hun kop net boven hun bouwmaterialen en braken er langzaam dikke draden speeksel over. Tijdens dit werkje drukken zij af en toe alles samen met hun snavel en draaien zij in het nest heel traag rond, zodat een mooie, ronde binnenzijde ontstaat.
De lucht zorgt voor de verharding van het materiaal.
 

Als het een  zonnige, warme zomer is met veel insecten, deponeert het wijfje in de kinderkamer 3 witte eitjes. Bij een minder goede zomer zijn het er 1 ŕ 2.
Natuurlijk kan het weer omslaan en binnen enkele dagen totaal veranderd zijn. Dan doen de Gierzwaluwen aan geboortebeperking. Zij rollen 1 ei het nest uit. Blijft het weer slecht dan wordt het 2de en zelfs het laatste ei uit het nest verwijderd.
Zelfs als het weer nadien terug beter wordt, zien ze niet meer naar deze eieren om, maar produceren een nieuw legsel van 1 tot 2 eieren.
Deze jongen hebben echter geen kans tot overleven, want tegen de tijd dat de trek begint zijn ze nog niet in staat om zelfstandig te vliegen. Hun ouders laten hen gewoon in de steek, want de trekdrang is sterker dan de voederdrang.

 Na 18 tot 21 dagen kruipen de jongen uit het ei. Zij worden dan gevoederd door beide ouders.
Om beurten brengen zij voedsel en passen zij op de jongen.
Met hun snavels wijd opengesperd, scheren de ouders door het luchtruim om insecten te vangen.
Zij verzamelen ze in hun keelzak, waar ze met speeksel aan een bal vormen.
Die voedselballen variëren van 0,2 gram tot 3,3 gram en elk jong krijgt een bal.

Men heeft ooit zo’n bal opengepeuterd en in het totaal trof men er 543 insecten in aan: van vliegen tot bladluizen. Als je dan rekent dat op een mooie zomerdag met veel insecten, de ouders ongeveer 30 voedselballen naar het nest brengen, dan komen we (buiten hun eigen eten), tot de verdelging van ± 16 000 insecten per dag, per broedend koppel!  Dat kan al tellen! Maar, bij slecht weer zijn er bijna geen insecten. De Gierzwaluwen hebben blijkbaar een ingebouwde barometer, want zij voelen het slecht weer aankomen.

De ouders zoeken dan gebieden op met beter weer en vliegen soms wel 1 000 km ver om aan voedsel te geraken. Eventjes gaan shoppen in Londen, Parijs of Bordeaux is dan niet ongewoon.

Blijkbaar schijnen zij op dat ogenblik gewoon hun jongen te vergeten. Nochtans is het gewoon een kwestie van overleven, want dode ouders kunnen geen jongen voeren en dode jongen kunnen op hun beurt niet zorgen voor nakomelingen. De baby’s gaan dan over in een toestand van “schijndood”. Hun lichaamstemperatuur daalt van 38° C naar 21°, hun hartslag en ademhaling vertragen, ze verstarren helemaal en een niet-ingewijde zou kunnen denken dat ze dood zijn, want ze voelen stijf en koud aan. In die toestand kunnen ze het meer dan een week volhouden. Als het zonnetje weer schijnt en papa en mama komen terug, dan komen ze allen weer tot leven.

Na een abnormale lange nestperiode van 5 tot 8 weken zijn de jongen rond en vet. Die nestperiode is zo lang omdat de jongen, als ze het nest verlaten, perfect moeten kunnen vliegen, want vanaf dat ogenblik gaan ze 2 tot 4 jaar geen grond meer raken!

De ouders staken het voederen en na een drietal dagen creperen de jongen van de honger en kruipen ze uit het nest. Ze aarzelen nog wat, sommige zelfs enkele dagen, maar storten zich dan toch in de diepte.
Ze moeten vanaf die eerste seconde perfect kunnen vliegen, want diezelfde avond moeten ze al 2 000 tot 3 000 meter hoog vliegen om, samen met de groep, te overnachten.
 

Gierzwaluwen slapen inderdaad in de lucht. ‘s Avonds stijgen ze tot op grote hoogte en zweven dan langzaam, in grote cirkels naar omlaag. Tegen de morgen zijn ze beneden en dan wordt de intense jacht op insecten hervat. 

Ook paren doen ze in de lucht: vast geen gemakkelijke klus. Het mannetje gaat eerst voor het wijfje zweven en zet daarbij zijn vleugels in de vorm van een V. Hiermede wil hij aantonen dat hij wel zin heeft in het een en het ander. Als het wijfje instemt, slaat ze sneller met haar vleugels, en komt ze dicht tegen het mannetje vliegen. Deze richt zijn vleugels hoog op en neemt plaats op de rug van het wijfje. Mevrouw houdt daarbij haar vleugels horizontaal gespreid. Gedurende de paring glijdt het koppel langzaam naar beneden.

 

Eind juli hebben alle jongen het nest verlaten en bijna ogenblikkelijk daarna begint de helse tocht naar het zuiden van Afrika. Begin augustus zijn alle Gierzwaluwen hier verdwenen en zij komen pas eind april van het volgende jaar terug. De uitgevlogen jongen moeten dus al aanstonds mee op trektocht: 8 000 tot 9 000 km.

Zij trekken dus al weg als er hier nog voldoende insecten zijn om in Zuid-Afrika te gaan ruien. De jongen, die pas uit het ei zijn gekomen, ruien het eerste jaar nog niet en vliegen dus driemaal op en af alvorens hun slagpennen te vernieuwen. Het duurt ook twee jaar vooraleer de jongen geslachtsrijp zijn.

Sommige vogels stoppen ook één of twee jaar met broeden: zij nemen een soort “loopbaanonderbreking.” De reden hiervoor is nog niet bekend.
De rui is voor deze vogels een langdurige zaak, omdat ze voortdurend moeten kunnen blijven vliegen om aan hun dagelijks kostje te geraken. Daarom wisselen ze hun veren ook één na één, wat hun behoorlijk wat energie kost.

De gemiddelde leeftijd van een Gierzwaluw is 7 jaar,  maar 10 ŕ 15 jaar oud worden is geen uitzondering.

Een Zwitserse vogel bereikte zelfs de gezegende leeftijd van 21 jaar.

 

Bert Meynen

 

 

[home][contact]