De Roodborst (Erithacus  rubecula)

Reeds van in de kleuterschool wordt onze aandacht getrokken op dit parmantig vogeltje. 
Ieder van ons heeft als dreumes zeker uit volle borst gezongen: “Roodborstje tikt aan het raampje tin tin ...”

Er zijn inderdaad roodborstjes die zodanig tam zijn dat ze uit de hand komen eten. Dit zijn dan de exemplaren die gewoon zijn om tussen de mensen te leven. 
Sommige hebben zelfs het lef om, als men aan het spitten is, op de rand van de spade plaats te nemen om als eerste aan tafel te zitten als er een lekkere, dikke worm naar boven komt.
   

Zelfs de "bosbewoners", die dan toch een min of meer verdoken bestaan leiden, zijn niet erg bang om zich te tonen. Om hun melancholische zang, met trillers en oplopende falsettonen, ten gehore te brengen, gaan ze het liefst op een duidelijk zichtbare plaats zitten, zodat de hele omgeving de zanger (of zangeres) aan het werk kan zien.
Ik spreek hier ook van een zangeres, want ons roodborstje vormt een uitzondering op de algemene regel.

In het vogelrijk zijn het in regel enkel de mannetjes die zingen. De vogelwereld kent echter ook enkele militanten voor de vrouwenemancipatie: het roodborstje en de rotskruiper. De vrouwelijke exemplaren van deze soorten zingen even frivool als hun mannelijke collega's! 

Men kan de roodborst heel het jaartje rond horen zingen (behalve gedurende de ruiperiode aan het einde van de zomer). Niettegenstaande hij gedurende de hele dag zingt, is hij toch een echte "nachtbraker". Hij wordt vooral actief in de schemering: zijn ogen worden dan opvallend groot en op dat ogenblik is hij een eersteklas druktemaker. Het gebeurt zelfs dat roodborsten zingen bij volledige duisternis. 

In de volksverhalen heeft hij zijn rode vlek gekregen van de stervende Christus. Toen deze laatste aan het kruis hing werd zijn pijn nog verhoogd door een venijnige doorn in zijn doornenkroon. Niet dat de andere stekels niet pijnlijk waren, maar deze stak net naast zijn oog. Het roodborstje, nieuwsgierig als altijd, zat op het kruis en had het opgemerkt. Met zijn

sterk snaveltje brak het de stekel af en trok hem heel voorzichtig uit de wonde. Daarbij viel er een druppel bloed op zijn borst en werden zijn pluimpjes rood gekleurd. Jezus zag dit en sprak: "Aan deze druppel bloed zal men voortaan herkennen dat jij mijn lijden hebt verzacht." Vanaf dat ogenblik had het vogeltje een rode borst en werd het roodborstje genoemd.

Zijn oranjerode borst dient in feite om eventuele indringers in zijn territorium af te schrikken. Op het ogenblik dat het mannetje een rivaal in zijn gebied bemerkt, fungeert de gekleurde borst als een middel om angst aan te jagen. Het roodborstje steekt zijn borst vooruit en beweegt tegelijkertijd zijn lichaam heen en weer. Meestal kiest de indringer dan het hazenpad. 

Het roodborstje is helemaal geen vriendelijk ramentikkertje: hij is zelfs erg onverdraagzaam. Hij palmt een gebied in van 6000 tot 8000 m², niettegenstaande hij zo'n groot territorium helemaal niet nodig heeft.  David Lack heeft vastgesteld dat er bij territoriumgevechten tussen twee mannetjes echt op leven en dood wordt gestreden. Meestal doodt men in het dierenrijk zijn tegenstander niet, maar onze "lieve" roodborst doet dit wel! 

Zelfs als men een mannetje een lapje oranje stof voorhoudt wordt het al enorm agressief. Hij wipt naar de bedreiger, plaatst zich demonstratief voor hem, zet zijn borst uit, schudt zijn lichaam heen en weer en stormt tenslotte al pikkend naar zijn belager. 

Om al deze energie te kunnen opbrengen heeft hij dan ook een sterk hartje nodig, maar dat heeft hij. Gedurende het vliegen klopt het hart van de roodborst meer dan acht maal zo snel als dat van een mens!

 

Door zijn uitdagend gedrag leert hij ook zijn aanstaande bruid kennen. Een wijfje dat op zijn gezang is afgekomen wordt in eerste instantie onthaald als een indringer. Bij het naar voren stormen merkt de heer van het gebied plots dat het rode pluimenbosje voor hem, een lieftallig schepseltje is en ogenblikkelijk verandert zijn agressie in hofmakerij. Van een ommekeer gesproken! 

De roodborst is geen holenbroeder, maar soms maakt het wijfje (want zij is de bouwvakker) het nest toch in een verlaten muizenholletje of in een muurspleet. Meestal bouwt ze het in een kuiltje in de grond, tussen de klimop, in de bodembegroeiing, onder boomstronken of tussen de wortels van een boom. Eigenlijk komt elke plaats in aanmerking: men heeft zelfs een roodborstje weten broeden in een weggeworpen koffiepot. Slechts zelden wordt het nest in een boom gebouwd.

 

 

Het legsel bestaat gemiddeld uit een zestal eieren die in 12 tot 15 dagen door mama worden uitgebroed. Deze zijn roomkleurig tot zacht roodachtig wit met roestbruine vlekjes en puntjes.  Zowel mama als papa voeren de jongen en blijven dit nog doen tot 2 à 3 weken nadat de kinderen de ouderlijke woonst hebben verlaten. 
Ingeval de ouders zeer snel voor een tweede legsel zorgen blijft papa de telgen van het eerste nest voeren omdat mama in beslag wordt genomen door het broeden. De broedperiode voor beide nesten valt van mei tot in juli.

 

Wij hebben de indruk dat we hetzelfde roodborstje het hele jaar door zien, maar dit is maar schijn. 
In Zuid-Europa blijft het ter plaatse, maar de bewoners van ons landje trekken in de winter meer zuidwaarts. 
Het roodborstje van de Scandinavische landen komt hier bij ons overwinteren en zoekt elk jaar opnieuw zijn vertrouwde plekje op. 

Wij hebben dan de indruk dat we steeds hetzelfde vogeltje zien. Het zoekt dan op de grond naar kleine dieren, maar tegen heug en meug moet het zich ook tevreden stellen met allerlei zaden en bessen om in leven te kunnen blijven.

 

Wist je trouwens dat een "roodborstje" vroeger ook een gekleurd, voorgedrukt papier was waarop men een bepaalde geldwaarde moest invullen? Het was de voorloper van onze huidige cheque.

 

Bert Meynen

 

 

[home][contact]